Monday, 8 April 2013

De lente is begonnen

Afgelopen weekend was het eindelijk eens weer om echt lekker langdurig in de tuin aan de slag te gaan. Zonnetje, weinig wind, aangename temperaturen (kun je nagaan hoe we aan de kou gewend zijn na die eindeloze winter; 9 graden noemen we "aangenaam").

Om te beginnen heb ik korte metten gemaakt met een taxus die zich al een hele tijd weigerde gewonnen te geven. Het was dan ook een beetje een oplichter: door z'n betrekkelijk kleine formaat liet hij ons in de waan jong en derhalve gemakkelijk te verwijderen te zijn, maar bij nader inzien bleek het een restant van een ooit veel grotere struik: ergens midden tussen zijn takken ontdekten wij een afgezaagde hoofdstam zo dik als mijn kuit.



Geen wonder dat hij er niet uit wilde, het was helemaal geen jong struikje maar een exemplaar met een uitgebreid wortelstelsel. Met een bijl, een takkenschaar, een spade en vooral veel geduld en volharding lukte het me uiteindelijk de allerlaatste wortel waarmee hij zich aan de aarde vastklampte, door te krijgen en toen was het alleen nog maar een kwestie van het boompje uit de aarde tillen.


Hierna ben ik op mijn eigen typerende manier aan de slag gegaan met wat er in de tuin gedaan moet worden. Mijn eigen typerende manier is: van het één naar het ander springen zonder ook maar iets af te krijgen, om op een zeker moment, na enkele weken inspanning, ineens alles tegelijk af te hebben. Holografisch werken heet dat, vanwege de gelijkenis met de opbouw van een hologram.

Op mijn werk was dit ook mijn manier van doen, tot grote wanhoop van mijn chef, die op zijn terugkerende vraag "is dit al af" of "is dat al af" steevast "nee" te horen kreeg, om op vrijdagmiddag, zo'n beetje net wanneer hij voornemens was mij de les te lezen over mijn  trage werktempo, met een onverwachte berg gereed werk (en gewoonlijk veel meer dan hij verwachtte) geconfronteerd te worden.
Omdat hij een snel gekrenkt ego had kreeg hij het niet voor elkaar mij te waarderen om het vele werk dat ik verzette en werd zijn hekel aan mij gestaag groter, tot hij aan de vooravond van een op handen zijnde reorganisatie enthousiast mijn naam liet vallen bij de directie.

Enfin, dat is allemaal verleden tijd, maar mijn manier van werken heb ik nooit veranderd; het past bij me en het werkt goed voor mij. Ik zal omwille van de leesbaarheid proberen enigszins een volgorde aan te houden van de werkzaamheden - in werkelijkheid deed ik dus dan weer een half uurtje dit, dan weer een half uurtje dat. Met micropauzes ertussen, want dat schijnt goed te zijn voor de productiviteit, las ik onlangs. Even na het graven overeind komen en een minuutje op adem komen voor ik verder ging.


Op die manier kreeg ik het voor elkaar om op beide dagen maar liefst vijf, zes uur achter elkaar zware arbeid te verrichten zonder werkelijke sporen van moeheid. Goed, de blaren stonden op mijn handen, mijn shirt was doorweekt en 's avonds ben ik praktisch op de bank in slaap gevallen, maar toch, het deed me goed om te ontdekken dat ik weliswaar fragiel ben, maar toch - mits op mijn eigen manier werkend - in staat fors wat werk te verzetten.

Wat heb ik zoal aangepakt?

Eerst heb ik de plantjes die in mijn schuur stonden te verkommeren maar eens in de zon gezet. Ze stonden al zo lang in het halfduister dat ik het ergste vreesde. Het zijn voornamelijk dierbare lievelingen uit mijn oude tuin dus ik hoop met heel mijn hart dat de doodsheid in de potten enkel winterslaap is, en geen eeuwige.



Ook heb ik de contouren van een pad uitgezet door het midden van het perk. Daar liep eerst een doolhof van zeer praktische (maar oersaaie) rechte paadjes die de border in even zo saaie rechthoeken verdeelde en behalve bereikbaarheid niet veel toevoegden. Een pad door het midden dus moet er komen, met een bocht erin omdat ik net als in mijn oude tuin niet in één keer wil kunnen zien wat erachter ligt. En een paar stenen treden halverwege, omdat we een klein beetje hoogteverschil hebben in de tuin (2 meter in totaal) en ik van kleine verrassinkjes in de tuin houd.

De restanten van de oude paadjes

Mensenlief wat zitten er een hoop klinkers in zo'n smal paadje. En wat zijn die stoepbanden ontiegelijk zwaar. Als ik ze er al uit kreeg. Vooral op het moment dat ik er eentje per abuis op twee van mijn mijn vingers liet landen, werd het gewicht ervan me pijnlijk duidelijk. En wat zaten er een hoop stoepranden langs al die paadjes. Ik wist op een gegeven moment van ellende niet meer waar ik ze moest laten.
Van de hoeveelheid stenen die de paden opleverden, kan ik waarschijnlijk een deel van het terras opnieuw bestraten. Hergebruik!

Dit is nog niet de helft

Nu staat er, zoals op onderstaande foto duidelijk zichtbaar, een vierkant van buxus precies op de plek waar het pad moet komen. Er staat ook een roos, maar aangezien het pad toch een bocht krijgt kan die wel blijven staan, het pad komt er precies omheen.

Touwtjes markeren waar het nieuwe pad zo ongeveer moet komen
 Echter de buxhaag moet noodgedwongen wijken, maar in tegenstelling tot mijn aversie tegen coniferen en taxussen heb ik voor buxus wel een zwak, en deze gaan dus niet richting groenhoop, maar worden hergebruikt. Achter de border, waar het gazon begint, krijgen ze een tweede kans en ik heb dan meteen een nette afscheiding tussen gras en perk.

Ik wist, op dat punt aanbeland, even niet goed meer wat ik nou eerst moest doen. Op de plek waar de buxhaag komt, ligt nu een pad van stoeptegels. Die moesten eruit om plaats te maken voor de buxussen, maar tegelijk zat ik dan weer met een lading zand waarvan ik niet wist waar ik mee heen moest.

Een lading zand

Toen besloot ik dat ik het paadje onder de klimopboog (zie mijn vorige verhaal) maar wat voorrang moest krijgen. Als ik dat pad alvast aanlegde - of althans de voorbereidselen trof, kon ik daar het zand kwijt.
Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zoals jullie je wellicht herinneren stond er een grote hibiscus danig in de weg.
Het droeve lot van de oude hibiscus
We hebben echt een poging gedaan hem eruit te graven. Maar net als bij de oude taxus was zijn wortelgestel zo stevig aan de aarde verknocht, dat er geen beweging in te krijgen was. Nu staat mijn hele tuin vol zaailingen van deze oude baas, dus echt heel veel verlies ik er niet mee en daarom ging de grote schaar erin, waarna ik mankracht heb ingeschakeld om de stronk te verwijderen.

Sorry, ouwe jongen

Wederom kwamen er takken en de touwtjes aan te pas om het verloop van het toekomstige pad uit te zetten.

Het toekomstige pad
En toen bleken er eigenlijk alleen nog maar een paar bollen in de weg te staan, die ik voorzichtig uitgroef en in het perk ernaast weer net zo behoedzaam ingroef. Daarna kon het graven beginnen. Het paadje komt uit op een bestaand pad dat achterlangs het perk loopt en daar eigenlijk prima ligt, dus het was een kwestie van daar naartoe werken.
 
Het uitgraven is begonnen
Eenmaal op de juiste diepte uitgegraven kwam ik bij het punt waar de kanten aangebracht moesten worden om te voorkomen dat de boel verzakt. Ik haalde een paar van die loodzware stoepbanden naar achteren en kwam vervolgens tot de conclusie dat het pad te veel in een bocht liep om die te kunnen gebruiken. Nu had ik wel een lading klinkers dus besloot ik tot een elegantere oplossing:

Een elegante oplossing
Dat randje afmaken, nam ik me voor, en dan het zand erin storten en aanstampen. Dan kan ik morgen grind kopen en dat erin storten en dan is het klaar. Halverwege was ik met afkanten, toen plotseling in mijn lijf de knop omging: Ho.
Tot hier en niet verder. 
Vijf en een half uur aan één stuk graven, sjouwen, bukken en knielen was het maximale wat mijn lijf aan wenste te gaan. Ik heb zonder aarzelen mijn handschoenen uitgetrokken, mijn kniebeschermers afgedaan, mijn werkschoenen uit en ben naar binnen gegaan, en heb de rest van de avond geen boe of ba meer gezegd.
Moe maar voldaan. Een leeg hoofd en een moe lijf. Wat heb ik die nacht geslapen.



Wednesday, 3 April 2013

Helena en haar Duitse Tuin



Ter gelegenheid van mijn verjaardag kreeg ik vorige week het boekje "Elizabeth en haar Duitse Tuin" cadeau. Ik vond dit een erg leuk cadeau, niet alleen omdat ik zo graag lees, maar vooral omdat ik sinds een half jaar ook een Duitse tuin heb.


Een van de grootste voordelen van Duitse tuinen is dat ze over het algemeen nogal groot zijn. Naar Nederlandse begrippen helemaal. Kavels van 500, 600 vierkante meter zijn hier zo'n beetje de standaard. Mijn nieuwe tuin is minstens tien keer zo groot als het postzegeltje dat ik in Nederland achter het huis had liggen. Om een indruk te geven wat dat betekent: het oude huis, inclusief voor- en achtertuin, past in het smalle strookje tuin naast ons huidige huis. 

Helaas is het sinds we hier wonen alleen nog maar winter geweest, dus echt veel heb ik nog niet van m'n Duitse tuin kunnen genieten. Verder dan wat overtollig spul weghalen (zie mijn update van 11 maart) kwam ik niet, de aanhoudende nachtvorst verhindert me - als het me al zou lukken door de permafrost heen te graven - nieuw spul te planten.

Een heleboel uit de vorige tuin meegenomen planten heb ik, na een paar hoopvolle pogingen ze aan de buitenlucht te laten wennen, voor de zoveelste keer in hun kuipen terug in de schuur gezet. Daar heb ik overigens cementbakken van de bouwmarkt voor gebruikt, die kosten maar een paar euro en met een paar gaatjes onderin doen ze prima dienst als kuip voor grotere planten.

Dinsdag was het toch weer mooi weer, hoewel nog veel te koud door de straffe oostenwind, en ik kon het niet laten om weer wat in de tuin te gaan doen. Ik had toen we hier kwamen wonen ingecalculeerd dat ik zo'n beetje tot begin maart binnen zou moeten zitten, maar dat het nu inmiddels april is stelt m'n geduld danig op de proef.

Een paar weken terug ben ik begonnen twee bomen uit hun krachten gegroeide coniferen weg te halen. Het is de bedoeling dat ze helemaal verdwijnen, op drie meter stam na, want daar kan natuurlijk een pracht van een schommel tussen gemaakt worden.  

Beide droegen hun takken tot op de grond. Het geheel deed nogal bosachtig aan en hield 's middags de nodige zon tegen. Tuin op het zuiden en dan vanaf half 4 geen zon meer, dat kan natuurlijk niet.

Dus ging ik aan de slag met een grote takkenschaar en een stel spierballen (van mijzelf, een in m'n linker en een in m'n rechterarm) en na een middagje zweten en zwoegen zagen de twee eruit als een kip op hoge poten, maar had ik ineens wel een heleboel zon in m'n woonkamer.
Kip op hoge poten
Aan het eind van de middag piept de zon precies onder het gesnoeide deel door, en schijnt zo door het zijraam de eetkamer binnen. Dat is natuurlijk precies wat je in het voorjaar graag ziet, maar ik besefte dat er ook nog een zomer aan zit te komen, waarin je misschien helemaal niet zit te wachten op die hete zon in je kamer. En omdat ik natuur en milieu een warm hart toedraag, komt er naast de ene boom (zodra deze is gereduceerd tot een paal voor de schommel) een loofboom - kaal wanneer ik zon in de kamer wil, en bebladerd wanneer ik dansende schaduwen prefereer.

De tuin is aan die kant afgezoomd met een haag van coniferen. Niet mijn persoonlijke keuze, maar het staat er nu eenmaal, hij is ruim twee meter hoog en geeft lekker veel privacy.

Op sommige plekken ziet hij er zo uit:
En daar is weinig mis mee
 Maar onder de bomen ziet het er zo uit:
En daar zitten we natuurlijk niet op te wachten.


Nou ben ik wat tuininspiratie betreft soms heel erg van het idee van "beter goed gejat dan slecht bedacht" (dit verklaart deels mijn verslaving aan Pinterest, waar ik in korte tijd duizenden inspirerende tuinfoto's bij elkaar heb verzameld) - en zo kwam ik laatst op het idee, al fietsende door het heuvelland dat mijn huis omringt, om de ongewenste coniferen niet weg te halen, maar alleen kaal te knippen. Ik fietste langs een tuin waar iemand  een rij ongewenste coniferen veranderd in een rij prima paaltjes, steviger dan welke paal ook verankerd in de grond, keurig op dezelfde afstand van elkaar - perfect om een hek van te maken.
Ik hoefde alleen de zijtakken er maar af te knippen.
Leuk en aardig, maar toen bleek dat mijn coniferen helemaal niet uit één zo'n keurige stam bestaan. Integendeel zelfs. Op 1 centimeter boven de grond zijn ze stuk voor stuk gesplitst in minstens drie takken.
Hoe ik daar een hekje van kan maken waar de meidoorn tegenaan kan groeien (zodat ik, als de meidoorn groot en dicht genoeg is, de achterliggende coniferen kan verwijderen), is me nog niet helemaal duidelijk, maar ideeën komen vooral in me op als mijn hoofd leeg is, en er is nauwelijks een betere manier dan tuinieren om het hoofd leeg te krijgen, dus vertrouw ik erop dat de oplossing zich al snoeiende aan zal dienen.

Ondertussen alweer een stapel takken bij elkaar geknipt die hoog genoeg is voor een volgend paasvuur.
Het tuinafval van mijn verhaal van 11 maart is ook op het gemeentelijke paasvuur gegaan. Dankzij onze bijdrage was de berg zeker twee meter hoger dan voorgaande jaren. (schromelijke overdrijving)

Ondertussen was het in het zonnetje wel lekker warm, maar in de wind was het niet te harden. 
33 graden!

En hoewel - puur doordat het langer licht is, vermoed ik, niet vanwege de temperatuur - de knoppen aan bomen en struiken steeds dikker worden, is het qua bloemen - zelfs bollen! - maar magertjes gesteld. Hieronder de foto's van al het moois in mijn tuin.


Meer is er niet!

Ik was gisteren lekker op dreef want ik heb nog veel meer in de tuin aangepakt. Met de recentelijk teruggevonden heggenschaar (handmatig aangedreven, de elektrische staat nog op mijn verlanglijstje) een van de taxussen die mogen blijven bijgewerkt.
Links: de keurig gesnoeide taxus

En hiermee zie je meteen een van m'n favoriete plaatjes van de nieuwe tuin. Is het niet schattig, dat kleine hekje? Tussen de taxus en het groen aan de rechterkant loopt een pad, en daarom heb ik besloten dat dat hekje een scharnier krijgt, om een zij-ingang naar de tuin te creëren.

Het pad loopt nu nog rechtdoor, zo naar het gras, waar je met een grote omweg weer bij het terras kunt komen. Ik besloot dat dat beter kan, zeker gezien het feit dat er aan de andere kant naast het pad een prachtige met klimop begroeide boog staat.

De begroeide boog met in de weg staande hibiscus

Het pad krijgt hier een bocht naar links, waarna je achter het (nog te creëren) bloembed langs naar het terras kunt lopen, of naar de (nog te creëren) schommel.
Hiervoor moet de grote hibiscus helaas wijken. Misschien krijg ik hem heelhuids uit de grond en kan ik hem elders neerzetten. Groot o ja moment trouwens laatst toen ik las dat de hibiscus lid is van de kaasjeskruidfamilie - dit terzijde.

Achter de poort staat het best bewaarde geheim van onze tuin: de put.

De geheime put (van Vrouw Holle?)

Als je het niet wist zou je het niet weten. Van onder tot boven begroeid met klimop, maar met een heus peillood en - even testen - jazeker, water erin, op zo'n drie meter diepte.

Het peillood aan een touwtje
Uit het groen steekt de arm van de pomp. 
Ik ben van plan de klimop er deels af te halen, zodat de put wat meer zichtbaar wordt. Plannen voor een houten dakje erboven en een spoel met een emmertje zijn er niet. Ik wil de put gewoon laten zoals hij is, aanwezig maar niet te opvallend. Een tuin moet altijd zo hier en daar wat kleine geheimpjes herbergen.


Wednesday, 20 March 2013

Spouwmuurisolatie - een fotoverslag

Tussen onze muren zat een lege ruimte van zo'n 8 cm. Op diverse plaatsen was een gat in de voeg geboord en met een speciale camera-op-een-steeltje werd gekeken of de spouw schoon en droog was. Dat was gelukkig het geval.

Een paar weken later arriveerde er een busje vol oude mannen (de jonge goden waren kennelijk op) die twee dagen lang zo ongeveer elke meter een gat boorden in onze buitenmuren.
Omdat ik niet goed tegen lawaai kan ben ik 'm al snel gepeerd.
De poezen waren in uiterste staat van ellende, want die konden nergens heen.


Gaten boren

De gaten zolang even afgedicht met een pluk glaswol

Een slurf in het gat waardoor de glaswolvlokken erin geblazen worden

Nog meer gaten boren

De compressor met de slang voor de vlokken

Glaswol ging als groot  compact blok erin en kwam er als vlokken uit

Opgevuld, lekker warm!

Helemaal boven konden ze niet met de ladder komen, dus daar ging van binnenuit, met de slang door het raampje


En weer de slurf in de gaatjes  



Gaatjes dichtgemaakt, en klaar








Monday, 11 March 2013

Update

Winter


Tot mijn schrik ontdek ik dat ik sinds 11 december helemaal niks meer geschreven heb. Op dit blog althans. Want schrijven doe ik altijd wel, of het nou concepten voor verhalen zijn of e-mails of gewoon wat overpeinzingen, er gaat geen dag voorbij voor ik mijn hersenspinsels aan al dan niet digitaal papier toevertrouw.

Wat is er sinds die tijd allemaal gebeurd?
Om te beginnen werd ik ziek. Dat gebeurt me elk jaar in december aangezien die maand veel te druk is voor iemand die zo fragiel is als ik. Een normaal mens heeft aan kerst alleen al genoeg om in de stress te schieten, bij mij komen daar nog vijf verjaardagen (exclusief die van Sint) bij, waarvan we er twee sinds een paar jaar gewoon maar overslaan en eentje zo ongeveer half vieren wanneer de visite hier toch is.


De gelukte taart
Toen de kerstdagen voorbij waren, keerde de rust weer en konden de feestelijkheden wat mij betreft losbarsten. O, wacht, die waren al voorbij, net als al die leuke kerstmarkten waar ik ook altijd pas na kerst de puf voor heb.  Ook dat overkomt me elk jaar, en elk jaar neem ik me voor het dit keer anders aan te pakken, en dat is me nog nooit gelukt.


De kerstballen gaan weer in de doos
Op een zeker moment stapten we een nieuw jaar binnen en de eerste paar weken van januari heb ik als een soort zombie door het huis gelopen. Pas tegen het eind van de maand had ik de decemberdip een beetje van me af geschud. Ik begon uit te zien naar de lente.

Dit is geen lente
Normaal heb ik daar nooit zo'n last van, winterblues, maar dit jaar toch wel behoorlijk. Gewoonlijk heb ik na de zomer zin in herfst en winter, ik houd van de cyclus van de seizoenen, maar in wezen is dat nou juist wat er vorig jaar niet gebeurd is: ik heb geen zomer gehad.

De hele zomer, waarin ik normaliter mijn topdagen beleef wat tuinieren betreft (samen met boeken lezen de beste manier om te ontstressen), is afgelopen jaar grotendeels aan me voorbij gegaan. 
Ik ben alleen maar druk geweest met dozen inpakken en tussen de bedrijven door de laatste hand leggen aan mijn boek - of was ik nou de laatste hand aan mijn boek aan het leggen terwijl ik tussen de bedrijven door onze emigratie voorbereidde? 
Nou ja, in elk geval, van genieten van de zomer is niet veel gekomen en daardoor had ik ook helemaal geen zin in de winter. Er ontbrak iets in de cyclus der seizoenen, gevoelsmatig.

Nu was het in ons nieuwe huis ook niet bepaald een pretje toen de winter op volle kracht huishield. Mensenlief wat hebben we het koud gehad. Op hoogtijdagen kregen we het vijftien graden in de woonkamer. We sliepen met kruiken en extra dekbedden en fleecedekens en droegen overdag dikke vesten over onze truien. 


In de kelder van ons huis stond een oliegestookte ketel die nog het meest weghad van een of andere machine uit het ruim van de Titanic. Het ding was ruim veertig jaar oud en ging ook naar toenmalige maatstaven met warmte en milieu om, wat erop neerkwam dat van de warmte die hij wist te produceren zo ongeveer de helft door de schoorsteen naar buiten vloog. 


De bijna antieke olieketel (let op de analoge klokjes)
 
De andere helft kwam weliswaar in de kamer terecht, maar vervloog daar praktisch net zo snel aangezien het huis nog helemaal niet geïsoleerd was. Oké, er zit dubbel glas in de kozijnen, maar daarmee is ook echt alles gezegd. Geen isolatie tussen de spouwmuren, geen dakisolatie, geen vloerisolatie, helemaal niets. Op zolder keek je tegen de kale dakpannen aan en waaide het net zo hard als buiten. En daarnaast, gescheiden door een houten wandje, lagen de slaapkamers.


De zolder
Met hulp van een energiedeskundige hebben we een plan voor ons huis opgesteld, waarna mijn man - zo nu en dan tot onze grote dank geholpen door mijn vader - begon het dak te isoleren. Ons huis werd aangesloten op de gemeentelijke gasleiding, de ketel werd vervangen door iets heel moderns met een superhoog rendement en er kwamen mannen helemaal uit het noorden van het land om onze spouwmuren vol te prutten met hele zachte glaswolvlokken, zo wit en zacht als katoenen watten. 


14 centimeter dikke glaswol met ademend folie eronder


Dagenlang onrust in huis en werkvolk over de vloer, maar sindsdien voelt ons huis aangenaam, ik heb voor het eerst in maanden weer een jurkje aangehad met een dun vestje eroverheen, de poezen slapen weer op de bank (in plaats van met hun neus tegen de verwarming aan). Met nog één verdieping te gaan begint het einde van het dakisolatieproject ook in zicht te komen. 

De gipsplaten gaan erop
Het was bijna een tegenvaller dat op het moment dat we eindelijk ons huis warm hadden, plotseling en vrij onverwacht de lente in alle hevigheid losbarstte. Het zal niemand ontgaan zijn: bijna achttien graden en een stralende zon, het was zo ongelooflijk warm en echt, de sneeuw en al die kou was ineens zo ver weg. De vogels zongen en ik kon éindelijk uit die winterse cocon kruipen om voor het eerst sinds het halve jaar dat we hier nu wonen, iets aan die reusachtige tuin van mij te doen.

Lente!

Ik ben maar eens begonnen met weghalen. Want de vorige bewoners waren oude mensen die niet veel lol meer aan tuinieren beleefden, en de hele tuin vol hadden gezet met groenblijvers en winterbloeiende heesters. Vijf middagen lang ben ik als een razende Roeland door de tuin gegaan, gewapend met een spade en een snoeischaar, wat geresulteerd heeft in ongeveer twee à drie kuub groenafval en een eind dat nog lang niet in zicht is. 

De eerste heidestruik is eruit

Poedie controleert een kuub heideplanten

Ik kwam ook nog een paar stenen tegen

Een bijna leeg perk
 Alles wat ik niet in mijn toekomstige tuin wil hebben moest eraan geloven, maar toch vooral de heideplanten en de tientallen coniferen. Op het laatst werd ik bijna onpasselijk van de zurige lucht van die coniferen. Ook een paar taxussen hebben het veld moeten ruimen, en allerlei planten waarvan ik me nog herinnerde dat ze lichtgeel bloeiden (dat vind ik zo'n lelijke kleur!). De vele hibiscussen heb ik grondig gesnoeid en alleen een forsythia en een dwergsering mochten blijven. En natuurlijk de hortensia's. Ik ben gek op hortensia's. 

Een grondig gesnoeide hibiscus


Na die vijf middagen sloeg het weer om en bleek dat de winter zich zo gemakkelijk nog niet gewonnen geeft. Het is bijna niet voor te stellen dat ik nog geen week geleden in een shirt met opgestroopte mouwen stond te puffen terwijl er nu weer een pak sneeuw ligt! Ergens maar goed ook dat het weer koud werd, want al krijg ik energie van tuinieren, van dit zware werk werd ik toch behoorlijk moe en stoppen met iets dat ik leuk vind is voor mij altijd moeilijk, dus ik ben wel dankbaar dat het weer mij een halt toeriep voor ik mezelf een schouder- of rugblessure bezorgde.

Pluis lekker buiten (aan de lijn)

Poedie geniet van het zonnetje (ook aangelijnd)

Knijnen lekker buiten


Zelfs de snoeischaar keek blij