Showing posts with label Communicatie. Show all posts
Showing posts with label Communicatie. Show all posts

Thursday, 13 November 2014

Niet van tuinieren houden, en hoe ik zonder het te merken gefotografeerd werd tijdens het snoeien van de roos

Ik kan me er niets bij voorstellen, wel een tuin hebben maar niet van tuinieren houden. Ik heb best medelijden met de mensen die nu eenmaal een tuin hebben omdat die bij het huis hoort, en om de zoveel weken vloekend en zuchtend een zaterdag vullen met de "plicht" die het tuinieren voor hen is.

Toen wij voor het eerst een huis met een tuin kregen, was ik de koning te rijk. Dat die tuin maar piepklein was kon me niet zoveel schelen, ik had een tuin! Dus sloeg ik aan het tuinieren. Waar heb je anders een tuin voor? Als enige in de straat had ik een tuin met weinig stenen en veel bloemen waarin flink, en met plezier, gewerkt werd.
Dat werd me niet in dank afgenomen. Ik heb diverse keren van buren te verstaan gekregen dat mijn tuin toch wel behoorlijk negatief afstak bij de rest van de voortuinen in de straat. De andere tuinen in de straat bestonden zonder uitzondering uit geometrische buxuspatronen en/of stenen. Mijn tuin zou "rommelig" zijn.

Het grappige is dat ik in mijn oude straat op Streetview sta. In mijn voortuin. En dit ben ik dus, precies zoals ik ben; in gedachten verzonken bezig met de roos die tegen de gevel staat.

Links de keurig met stenen bedekte tuin van de buurman, rechts mijn afkeurenswaardig rommelige tuin.
Ook in onze nieuwe straat heb ik het eerste commentaar op mijn voortuin al mogen incasseren. In één adem meldde de dame in kwestie dat verderop een vrouw woont die óók nooit wat aan haar tuin doet.
Ik wist niet of ik boos moest worden of in lachen uitbarsten.

Elders in onze straat zijn sinds kort nieuwe buren neergestreken. Ook zij lijken het niet zo op tuinieren begrepen te hebben. Het eerste dat ze deden was alles kaal maken. Bomen, gazon, haag, schuurtjes, alles weg. Daarna ging er een hoog hek om de kale vlakte heen. Met verbazing en interesse sla ik het proces, dat al enkele weken gaande is, gade.
Ik heb nog nooit een tuin van nul af opgebouwd en moet er eerlijk gezegd ook niet aan denken. Maar toch is het interessant om te zien hoe een ander dat aanpakt. Of in dit geval: laat aanpakken. Die kale vlakte en het grote aantal werklui dat er aan het werk is maakt me toch wel heel nieuwsgierig. Wat voor tuin gaat dat worden? Een strakke weinig-werk-tuin met enkel gemakkelijke planten? Of laten ze de professionals toch een paradijsje aanleggen, met overvloedige borders en bochtige paden, waar ik ook van zal genieten, elke keer dat ik uit mijn raam kijk?

Ik ben in mijn tuinen altijd blij geweest met de bomen en planten die er al stonden, de indeling waar al over nagedacht was. Het lijkt me niks om een tuin helemaal aan te moeten leggen, en al helemaal niet om dit door een professional te laten doen. Als ik op sites kijk van tuinontwerpers zie ik zelden iets dat me aanspreekt. Grote rijen van hetzelfde schijnt nu in de mode te zijn, en kaarsrechte "zichtlijnen", gecombineerd met gladde donkere natuurstenen plavuizen. Door te variëren op plantsoort (hortensia, hosta of wuivend gras) wordt onderscheid gemaakt tussen "landelijke", "stijlvolle" en "moderne" tuinen. Ik zie geen verschil...

Nee, laat mij maar lekker aanmodderen, letterlijk, in mijn tuintje. Op mijn knieën in de koudvochtige grond slingerpaadjes aanleggen, die dan misschien niet volgens het boekje zijn, maar me wel jarenlang trots op mezelf laten zijn.



Tja, ik houd nou eenmaal van cottagetuinen, en die horen een beetje rommelig te zijn. Ik zal ermee moeten leren leven dat niet iedereen mijn soort tuin kan waarderen...





Monday, 29 September 2014

Altijd moe - een update

Een tijdje geleden heb ik gedeeld hoe moe ik altijd ben, hoe een dag er voor mij uitziet, hoe invaliderend die vermoeidheid werkt, wat een beperkingen dat in mijn leven met zich meebrengt.

Het is iets dat elke dag beïnvloedt, als een chronische ziekte - en misschien is het dat ook wel.
Omdat je aan mijn buitenkant niets ziet (wie goed oplet vallen misschien hooguit de wallen onder mijn ogen op, of mijn langzame, behoedzame manier van lopen) is de neiging van de omgeving om mij mee te sleuren in de vaart der dingen erg groot.


Ook bij mensen die het heus weten. Het meest pijn doet het wanneer mensen mijn ziekte (zo noem ik het maar even) vooral voor zichzelf lastig blijken te vinden. "Ik vind het vervelend dat je altijd zo moe bent, want daardoor kunnen we bijna nooit iets met je afspreken." Wat het met mij doet schijnt minder van belang te zijn, of minder door hun hoofd te gaan.

Ook doet het pijn als mijn klachten gebagatelliseerd worden. Te horen krijgen welke ziektes pas écht erg zijn. Of dat "iedereen wel eens een beetje moe is". Of het domweg een modeziekte noemen. Of beginnen over bejaarden die wel gewoon doen wat ik niet meer schijn te kunnen - met andere woorden, je neemt 't ervan, Helena. Ja, er zijn werkelijk mensen die menen dat ik profiteer van mijn kwaal, dat ik er een slaatje uit sla.


Met zulke mensen zou ik graag een dagje willen ruilen.
Eens kijken hoe ze het vinden om 's morgens wakker te worden en te ontdekken dat je je nog beroerder voelt dan toen je de avond ervoor naar bed ging. Om al door je energie heen te zijn als je je kind alleen nog maar naar school hebt gebracht. Om de hele dag rustig aan te móeten doen, niet omdat je geen plannen hebt, maar omdat je gezondheid het je niet toestaat plannen te maken - of in elk geval geen dingen die langer dan een uur duren - laat staan dat je zou kunnen werken, al was 't maar parttime.
Om jezelf aan het eind van de middag naar de keuken te slepen, alwaar je leunend tegen het aanrecht, op het punt van instorten, een zo gezond mogelijke maaltijd in elkaar draait - maar naderhand geen puf meer te hebben om ook de vaat nog te doen. En tegen half 10 dan maar weer bedwaarts te gaan, kotsmisselijk van vermoeidheid, bijna te duizelig om de trap op te lopen. Om met heel veel geluk eens een hele nacht door te slapen - maar meestal wekt de pijn in mijn heupen en schouders me midden in de nacht wel een paar keer.

Zo zien mijn dagen eruit, en als ik al eens verbetering zie is dat meestal maar mondjesmaat.
Natuurlijk doe ik mijn uiterste best. Ikzelf ben er tenslotte het meest bij gebaat dat het beter met mij gaat.
Ten eerste heb ik sinds een tijdje een therapeut die me begeleidt.
Verder ga ik  zo vaak ik kan - niet dagelijks, want mijn lichaam moet zich kunnen herstellen van de "inspanning" - een half uurtje of drie kwartier wandelen. Op heel goede dagen zelfs een uur!

Ik heb bepaalde voedingsmiddelen uit mijn dieet flink geminderd of zelfs verbannen. Als ik ongezond eet, te weinig groenten, te veel vlees, te vet of te zwaar, betaal ik daar onmiddellijk de prijs voor: mijn lichaam pikt 't niet, ik voel me de dag erna afschuwelijk. Ik ga me dus te buiten aan groenten en fruit, vezels, eiwitten enzovoorts. Zo min mogelijk dingen uit pakjes en zakjes, omdat het niet bewezen is maar toch best zou kunnen dat al die toevoegingen een belasting vormen voor mijn lijf.

Om terugkerende energiedips tegen te gaan ben ik flink gaan minderen met suikers; geen boterhammetjes met honing meer voor mij, alleen (verse, biologische) boter, en 's middags eentje met kaas; ook zorg ik dat er nooit langer dan twee uur tussen zit voor ik weer wat eet: de enorme dip die me altijd 's middags overviel is hierdoor verminderd - terwijl ik per saldo minder eet!

Verder doe ik mijn uiterste best om goed te slapen - geen thee meer 's avonds, warm bed, koele, donkere kamer, zorgen dat 's avonds alle problemen zijn besproken zodat ik niet hoef te piekeren - want een slechte nacht resulteert één op één in een slechte dag.

Wat verder heel goed helpt zijn de mensen in mijn omgeving. Ook zij kunnen mijn dag maken of breken. Of ik me er nu wel of niet iets van aan probeer te trekken; het maakt een enorm verschil om te horen te krijgen dat je "lastig" bent, of wanneer de ander juist probeert iets voor je te doen waar beiden van kunnen profiteren. En dat hoeven maar zulke kleine dingen te zijn. Een kopje thee met een glimlach. Een kus in je hals. Samen een mooie film kijken. Een wandeling met het hele gezin. Even iets voor mij uit de auto tillen. Zeggen dat ik niet mee hoef als ik me niet goed genoeg voel. Mijn man die met mijn dochter afspreekt dat ze heel stil zijn zodat ik kan uitslapen.


Ik ben geen medicus, maar het schijnt zo te werken dat je hele wezen, lichaam en geest, ervan profiteert als je vaker blij bent. En omdat een aandoening als die van mij vaak tot somberheid stemt, doe ik mijn best om zo veel mogelijk blije momenten in mijn leven te creëren. Ook dat hoeven maar kleine dingen te zijn. Sterker nog, het zijn vaak de kleine dingen. Door bewuster te leven, meer stil te staan bij dingen die onbelangrijk lijken, maar juist de krenten in de pap van het leven zijn; een vlinder in de tuin, de poezen die elkaar een neusje geven, de zon die door het raam naar binnen schijnt, de merel die zingt, mijn dochter die helemaal in haar wereldje verzonken aan het spelen is - het is een kwestie van jezelf aanleren bij dit soort momenten stil te staan, er even in op te gaan en het geluk dat je op dat moment voelt in je door te laten dringen, door je heen te laten stromen.

Ik ben er nog lang niet, maar het gevoel hebben zelf - althans een deel - van mijn situatie onder controle te hebben, zelf in staat te kunnen zijn er wat verbetering in te brengen, is op zich al weer een reden om wat positiever in het leven te kunnen staan.


Blijft nu de vraag: heb je het idee dat het beter met je gaat dan de vorige keer dat je hierover schreef? Nou, laten we zeggen, 1% of zo. Ja, ik heb soms echt wel het idee dat het wat beter gaat, over de hele linie genomen - maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds van tijd tot tijd (soms helaas wel twee, drie keer per week) een hele slechte dag kan hebben. Dagen waarop ik al mijn plannen in de prullenbak kan gooien, al mijn afspraken afbel, en maar gewoon zo goed en zo kwaad die dag probeer door te komen, in de hoop dat de volgende beter zal zijn.
Die slechte dagen probeer ik maar zo snel mogelijk te vergeten, en de goede dagen koester ik in mijn hart.


(Disclaimer: geen van de afbeeldingen in deze blogpost komt van mijzelf)

Friday, 27 December 2013

Tegen ruggen aan kijken, of: wie het eerst komt, maalt niet vanzelfsprekend het eerst.


Vorige week gingen we naar een kerstconcert, in het centrum van een grote stad. Dat was georganiseerd door de harplerares van mijn dochter, en werd uitgevoerd door al haar leerlingen. De locatie was zo gekozen dat er zit- en staanplaatsen waren. Wie wilde zitten, werd te verstaan gegeven dat het wel zo netjes was om dan even een drankje te bestellen, om de uitbater van het terras te compenseren.
Omdat we vrij vroeg waren, konden we aan een tafeltje zitten dat mooi zicht bood op het podium waar de kinderen zouden spelen.

Echter van het hele harpconcert hebben we niets gezien.

Want - net als voorgaande jaren overigens - was een groot deel van de andere ouders helemaal niet genegen rekening te houden met het feit dat zij niet de enigen waren die hun kind wilden zien spelen.
Op een zeker moment ging een groepje ouders VLAK VOOR ons tafeltje staan, zodat wij tegen een stel konten aankeken. Toen mijn man er wat van ging zeggen, reageerden ze nogal geërgerd, om niet te zeggen ronduit onbeschoft. Hun mening kwam er in het kort op neer dat het niet hun probleem was dat wij er wel op tijd waren en een zitplaats hadden weten te bemachtigen. Zij wilden het gewoon kunnen zien, en waar het voor mij persoonlijk volkomen vanzelfsprekend is dat staande toeschouwers zich áchter de zittende mensen positioneren, was het voor hen vooral een kwestie van "hier kunnen we het goed zien dus hier gaan we staan".
Ze waren overigens wel zo vriendelijk ons het advies te geven gewoon óók te gaan staan, dan was alles toch opgelost?

Uiteindelijk heeft mijn man stevige taal moeten gebruiken om hen ervan te doordringen dat je niet vóór zittende mensen kunt gaan staan, en eindelijk gingen ze naar elders.

Niet dat dat hielp. Vlak voor het podium verdrongen zich vanaf het begin van het concert zo veel ouders die niets van het optreden van hun kind wilden missen, dat we alsnog een uur lang tegen een stel ruggen aangekeken hebben.
Mijn man deed het enige dat je in zo'n geval kunt doen: er ook maar tussen gaan staan, zodat hij in elk geval het optreden van mijn dochter nog kon filmen.
Ik kan helemaal niet zo lang staan en heb vooral mijn oren gebruikt om van het concert te genieten.

Hoewel er van genieten nauwelijks sprake was. Want zulke onbeschoftheid raakt mij enorm. Mensen die zich niets van anderen aantrekken en moedwillig hinderlijk zijn om er zelf beter van te worden, daar kan ik echt niet tegen. Ik zal misschien een overgevoelige dwaas zijn, maar tegen zoveel lompe grofheid ben ik eenvoudigweg niet opgewassen. Het vreet aan me, ik voel me machteloos, diepbedroefd, en krijg steeds meer de neiging me terug te trekken, omdat als dit exemplarisch is voor hoe onze maatschappij in elkaar steekt, ik daar helemaal geen deel van wil uitmaken.

Waarom zou ik omgang willen met mensen die op zo iets cruciaals lijnrecht tegenover mij staan? En bij wie elke discussie in termen van "winnen" en "verliezen" gaat, waarbij alle middelen kennelijk geoorloofd zijn, terwijl ik juist in elk contact met een ander mens streef naar harmonie en win-win situaties?
(Ik was bijv. heus bereid geweest ons tafeltje te delen, indien iemand iets in die geest aan me gevraagd had - door echter al bij voorbaat te ontkennen dat ik besta, verviel die optie.)
Ik vind het vaak enorm moeilijk om me staande te houden, gehoord te worden, mijn behoeften vervuld te krijgen - vooral wanneer dat betekent dat ik me eigenlijk op een bijna agressieve manier moet opstellen. Ik ben iemand van zachte, horizontale communicatie, maar voel me vaak gedwongen mezelf te "verlagen" (ja, zo voelt het echt) tot een grovere, kwetsender manier van communicatie, om überhaupt tot iemand door te dringen. Waarbij het dan nog maar de vraag is of die persoon zich iets wil aantrekken van mijn verzoek.

Ik geloof echt dat er mensen zijn die wel weten hoe je respectvol met andere mensen omgaat, en die weten dat het niet gepast is om je hinderlijk te gedragen naar anderen toe. Maar ze lijken zo dun gezaaid. Ik ontmoet ze zelden. En ja, ik heb een zwak voor mensen die weten hoe het hoort - die zich niet alleen beschaafd gedragen, maar zelfs etiquetteregels kennen. Een tijdje terug ontmoette ik een (oudere) man die bij het afscheid, nogal onverwacht, achter me ging staan en mijn jas voor me ophield. Voor zulke mensen smelt ik. Die hebben meteen een streepje voor bij mij.

Heel erg vind ik wanneer mensen mij vanwege deze instelling als hautain aanmerken. Omdat ik onderscheid zou maken. Tja, zo kort door de bocht kan iedereen wel redeneren om het gelijk aan zijn kant te krijgen. Maar is het niet gewoon heel menselijk dat ik met bepaalde soorten gedrag moeite heb? Gedrag dat lijnrecht ingaat tegen wat voor mij waarde heeft? Maakt mij dat dan meteen hooghartig? Ik beschouw mezelf eerder als bescheiden - misschien wel te bescheiden. Want ik voel me te vaak ondergesneeuwd in een wereld waarin de grootste schreeuwers het voor het zeggen lijken te hebben.