- 2 mooie knikkers
- 2 kleine puntzakjes
- 12 kleine kussentjes
- 15 miljoen haren van 3 cm (kleur naar keuze)
- 30 haren van 10 cm
- 18 halfronde nagels
- een stukje fluweel van 1 x 2 cm
- kaas of worst voor de vulling
- motortje
Tuesday, 17 July 2012
Recept
Benodigdheden:
Thursday, 5 July 2012
Crackers
Ik kocht crackers bij de supermarkt.
Lekker met een plak kaas.
Maak ik het pak thuis open:
Hebben de vakkenvullers ermee lopen voetballen of zo?
Enfin. Volgende keer maar weer die crackers van Dr. Karg kopen. Die zijn onbreekbaar. Ik heb ooit scheepsbeschuit gegeten, mijn vader had ooit een blik ergens vandaan, vraag me niet waar.
Crackers van Dr. Karg zijn nog harder dan scheepsbeschuit.
Lekker met een plak kaas.
Maak ik het pak thuis open:
Hebben de vakkenvullers ermee lopen voetballen of zo?
Enfin. Volgende keer maar weer die crackers van Dr. Karg kopen. Die zijn onbreekbaar. Ik heb ooit scheepsbeschuit gegeten, mijn vader had ooit een blik ergens vandaan, vraag me niet waar.
Crackers van Dr. Karg zijn nog harder dan scheepsbeschuit.
Monday, 25 June 2012
Sunday, 24 June 2012
Papavers
Ik houd van papavers.
De tere blaadjes, de lange stengels, de manier waarop ze zachtjes wuiven in de wind en impressionistische schilders inspireren.
Claude Monet
Onze oude buurman, die totaal niet van tuinieren hield en zowel zijn voor- als achtertuin met stenen had bedekt, had op een dag een prachtige rozerode papaver in zijn voortuin staan. Zomaar aan komen waaien en alleen maar tot bloei gekomen omdat de buurman niet aan onkruid wieden deed. Ik was zo gecharmeerd van deze prachtige papaver, dat ik op een avond, in het donker, de zaaddoos eraf heb geknipt.
Sindsdien bloeit deze enorme papaver in mijn achtertuin. Hij zaait zichzelf rijkelijk uit en ook de insecten zijn er blij mee.
Dit jaar ben ik niet zo "tuinerig" omdat we gaan verhuizen. Het enige waar ik druk mee ben, is het oppotten van planten die mee mogen. Ik heb een paar cementbakken bij de bouwmarkt gehaald, en daarin onder andere mijn rozen geplant. Het was schone aarde, maar kennelijk zaten er in de kluit van de rozen nog wat zaden en ja hoor, enorm grijsgroen blad: papavers.
Leuk, dacht ik, want hoe meer zaaddozen, hoe meer vreugd.
Vorige week ging, wat verlaat ten opzichte van vorige jaren, de eerste bloem eindelijk open. Hij was wat donker van kleur, maar ik dacht: die moet zijn bloemblaadjes nog strekken, dan wordt hij vanzelf lichter.
Dat gebeurde niet. En toen ik goed keek zag ik waarom: dit was niet de gerafelde roze. Dit was een heel ander soort!
Qua kleur pasten ze prachtig bij elkaar, zeker in combinatie met de rozen die rond dezelfde tijd in bloei waren gekomen. Ik was blij met dit onverwachte cadeautje en besloot ook van deze mooierd zaad te oogsten voor in mijn toekomstige tuin.
Door om de steel van de gerafelde een plakbandje te doen, kon ik de zaaddozen uit elkaar houden.
Maar het papaververhaal is nog niet uit!
Onderweg naar school zag ik op een braakliggend veldje een paar donkerpaarse papavers bloeien, tegen zwart aan. De volgende avond met snoeischaar en plastic zakje op pad gegaan om zaaddozen te oogsten. Opium, dat ook uit papaverzaaddozen wordt gewonnen, is erg verslavend, maar het verzamelen van de zaaddozen om het zaad is bijna net zo verslavend.
Mijn teleurstelling was groot toen bleek dat ik niet de eerste was. Kale stengels zonder bloem of doos wezen naar de hemel. Gelukkig ontdekte ik dieper tussen het onkruid nog een paar over het hoofd geziene zaaddozen en deze nam ik, gelukkig als een jager met zijn trofee, mee naar huis.
Onderweg naar huis wandelde ik langs de andere kant van het braakliggende veldje. Er lagen grote bergen zand, bedoeld voor een of ander toekomstig bouwproject, en aan de achterkant van een van die bergen, aan het zicht onttrokken voor iedereen die niet dezelfde route nam als ik, stonden papavers....
Mijn mond viel ervan open.
Enorme, volle, dubbele papavers!
Hoe komt zoiets moois aan de achterkant van een heuveltje terecht? Bij toeval? Hadden die zaden, zoals bij papavers niet ongebruikelijk is, jaren in het zand liggen slapen en waren ze ontwaakt nadat de graafmachine ze op die berg gedeponeerd had?
Een klein rondje om de zandberg heen maakte de verbazing alleen nog maar groter. Er stonden zo veel heem- en andere heksenplanten, dat het wel leek of een of ander kruidenvrouwtje er op die plek stiekem een tuintje op nahield.
De papavers waren echter ongeschonden, nog nooit door mensenogen aanschouwd misschien, en alle zaaddozen zaten er nog aan.
Ik heb er zo veel mogelijk geoogst, want wie wil er nu niet zulke prachtige bloemen in zijn tuin?
Het verhaal krijgt een mooi einde.
Mijn dochter vond gisteren een ontwortelde papaver... wit met paars in de bloembladen. Mét een zaaddoos. Ze nam hem mee naar huis, voor mama. Wat geweldig hè.
Nu maar hopen dat al deze mooie bloemen aanslaan in onze nieuwe tuin!
Sunday, 10 June 2012
Buitendagje
Ik had niets van het weerbericht meegekregen en daarom
was de blauwe lucht vanmorgen een fijne verrassing. Ik stond vroeg op, kleedde
me aan en begaf me naar de tuin. Wat was het al warm! Ik kon me niet herinneren
dat er door de weermannen en –vrouwen afgelopen week naar zulk weer was gehint ,
dus ik genoot met extra volle teugen, in de veronderstelling dat het met een
uurtje of twee (hooguit) weer naar binnen vluchten zou zijn.
Niets was minder waar. Het bleef heerlijk. Oké, er kwamen
wat vriendelijke zomerwolkjes opzetten, maar die waren dermate in de minderheid
dat ze deze onverwacht mooie dag niet konden bederven.
Miniboeketje uit eigen tuin
Ik had onlangs een stapel tuinboeken bij de bieb gehaald,
o.a. De Cottagetuin van Toby Musgrove, Een Tuin voor de Hele Familie van Bunny
Guinness en Natuurrijke Tuinen van Jean Vanhoof, en ik besloot eens niet alleen
van de prachtige foto’s te genieten, maar echt te lézen. Zo had ik na een paar
uur een paar bladzijden vol geschreven met plantennamen die ik in mijn
toekomstige tuin zou willen hebben, met tuintips, wetenswaardigheden en nuttige
internetadressen.
Ik zat ongegeneerd te genieten. De buren niet thuis, de
tuin bijna op zijn mooist, en een tiental mussen die zoals elke dag trouw op hun aar
gierst wachtten.
Terwijl ik zo in het zonnetje zat, ontdekte ik ook de minder leuke
kanten van een tuin vol dieren. Ik weet dat het Poedie was, en niet Pluis, want
Pluis is kortgeleden gesteriliseerd en mocht niet buiten komen. Naast het
terras, nota bene boven op het graf van onze oude poes, lagen de restanten van
een mus. Twee pootjes, wat veertjes en een halve vleugel.
Ik aarzelde, moest ik dit laten liggen? Mijn dochter
vindt zulke dingen óf razend interessant, óf zo zielig dat ze ervan moest
huilen. Ik besloot het te laten liggen, de juiste gok. Ze vond het geweldig
interessant.
De restanten van een musje
Pluis mocht vandaag van mij eventjes de tuin in. Van de
dierenarts nog niet, maar ik denk dat “niet naar buiten” vooral geldt voor
katten die dagenlang door de buurt zwerven. Niet voor katten die keurig in
achtertuintjes van vijf bij tien blijven. Pluis mocht van ons alleen op de
stenen en niet tussen de planten, in verband met infectiegevaar, maar ja, zie
een kat maar eens tegen te houden.
Mijn dochter kwam met een lumineus idee: Er zou een hekje
moeten staan. Wat een idee! We hebben een buitenren voor de konijnen, bestaande
uit zes losse hekjes die tot een hexagoon kunnen worden gebouwd. Je kunt ze
natuurlijk ook in de lengte langs het terras zetten. En dat deden wij. Pluis
blij (want buiten), wij blij (want rustig kunnen lezen en niet voortdurend
hoeven opletten waar de poes is), zelfs de vogels blij, want die hadden al snel
door dat de poezen niet voorbij dat hekje kwamen.
De vogeltjes achter het hek
Nou ja, Poedie wel, die is slank en sportief, en sprong als
een serval zo lenig over het hekje. Prachtig om te zien, het leek wel een
vertraagde opname en op het hoogste punt leek ze even stil te staan in de
lucht. De vogels waren al weg voor ze de grond weer raakte. Eenmalig dus en
niet opnieuw geprobeerd.
Pluis is minder lenig, veel zwaarder, net geopereerd en
bovendien een beetje dommig. In volle vaart rende ze tegen het hekje aan, en
tien mussen, een heggenmus en een koolmees vlogen geïrriteerd op, om even later
weer neer te strijken en verder te eten. Pluis zat nog een beetje beduusd en
niet-begrijpend te kijken waarom het niet gelukt was.
Pluis loert op een mus
In de tuinboeken die ik vandaag las, kwam ik ideeën en
tips van tuinarchitecten tegen die ik zonder erg al in mijn eigen tuin heb
uitgevoerd. Zoiets geeft de burger moed. Ik heb bijvoorbeeld geen rechte
zichtlijn naar achteren, hoe klein mijn tuintje ook is. Het pad dat na het
terras begint splitst zich richting schuur en richting poort, en maakt een knik
om de border heen. Hierdoor is het zicht vanuit het huis heel anders dan vanaf
het bankje dat ik achterin heb staan. De phloxen en de hoge dropplant belemmeren
het zicht, en daarachter heb ik nog wat lagere bloeiers staan, die je vanuit
het huis niet kunt zien en vanaf het bankje wel.
Phlox en dropplant
Ik heb dit jaar niet veel aan mijn tuin gedaan. Waar ik
vooral druk mee ben geweest, is het uitgraven van planten die ik mee wil nemen.
Mijn rozen, bijvoorbeeld. De varen die uit de tuin van mijn ouders komt. Mijn
dicentra, mijn paarse oregano, mijn epimedium, vrouwenmantel, een paar
hortensia’s… te veel om op te noemen. De lege plekken heb ik opgevuld met
gemengd bloemenzaad, dat inmiddels al begint te bloeien.
En verder heb ik diverse potten en hangmanden met zomerbloeiers; geraniums, vlijtige liezen, lobelia enzovoorts, het standaardgenre voor de zomer eigenlijk. Ik moet alleen nog petunia’s, ik vind die kleine Million Bells altijd zo leuk.
En verder heb ik diverse potten en hangmanden met zomerbloeiers; geraniums, vlijtige liezen, lobelia enzovoorts, het standaardgenre voor de zomer eigenlijk. Ik moet alleen nog petunia’s, ik vind die kleine Million Bells altijd zo leuk.
’s Middags zo rond een uur of vier zag mijn man in een
blad een foto van een appeltaartje, en we hadden nog een heleboel oude
appeltjes liggen. Een goede drie kwartier later stond er een taartje in de
oven, waarvan we na het eten als toetje een punt namen.
Omdat mijn dochter een allergie heeft en heel veel ingrediënten
niet kan verdragen, maak ik veel zelf en zelden iets uit een pakje. Dat lijkt
bewerkelijk, maar is het in de praktijk helemaal niet. Ik bedoel, wie heeft er
nu standaard een pak Dr. Oetker Appeltaartmix in zijn kast staan? Een zak bloem
echter en suiker en kaneel heeft iedereen wel in huis, en een appeltaartje is
niet veel meer dan dat. Ik vind het wel wat hebben, om zomaar de keuken in te
kunnen duiken en te kunnen maken wat er in je opkomt.
Sorry geen foto van het appeltaartje gemaakt, dus maar een foto van een kaas-ham ciabatta die ik onlangs bakte.
Enfin, na dat stuk appeltaart besloot ik dat een beetje beweging geen kwaad kon, en toen ik in een van de tuinboeken las dat je buxus ook ’s avonds kunt snoeien, als de zon weg is (zulk soort dingen kom ik nou nooit zelf op, ik ga altijd op een bewolkte dag zitten wachten), besloot ik dat dat een mooi karweitje was voor de broodnodige beweging. Ik heb een echte ouderwetsche snoeischaar op menskracht. Goed voor de armspieren.
Na nog een verdiende kop thee nu toch maar naar binnen
gegaan, het is nog steeds helder, maar de lucht is fris en het koelt snel af.
En de rest van de appeltaart? Die neemt mijn man morgen
mee naar zijn werk. Hij heeft ooit lopen opscheppen dat zijn vrouw zulke
lekkere appeltaarten kan bakken, en daar wilden zijn collega’s wel graag het
bewijs van proeven. Hijzelf vond dat hij het voor de grap had gezegd, maar zijn
collega’s bleven aandringen. Die belofte kan morgen dan eindelijk ingelost worden.
Ikzelf was er althans bijzonder tevreden over!
Thursday, 24 May 2012
Huis en Tuin (deel 2)
Kopen
en verkopen, schrijf ik, maar eigenlijk is het andersom. Je kunt niet kopen
voordat je verkocht hebt. In deze tijden van crisis is eerst verkopen überhaupt
al aan te raden, maar als je wilt gaan wonen waar wij willen gaan wonen, dan kun
je niet anders.
Wij
gaan over de grens wonen.
Nederland
staat bekend om zijn dure grond en dat maakt de huizen navenant duur. Rechts van
Nederland ligt een heel groot en ruim land met veel lagere grondprijzen en veel
stabielere huizenprijzen. Dat in dat land mijn wortels liggen was maar een klein
onderdeeltje in de overweging. Dat je daar voor een alleszins redelijke prijs
een huis kunt kopen waar je in Nederland eerst een winnend staatslot of twee
fulltime drukke banen voor moet hebben, was een veel belangrijker argument.
We
zijn ons er ten volle van bewust dat vijftien kilometer verderop wonen gewoon
emigreren is en qua papierwinkel niet heel anders dan wanneer we naar
Nieuw-Zeeland zouden verkassen. Maar wij zijn gelukkig ook geen mensen die over
één nacht ijs gaan. Er is op twee dagen na een jaar overheen gegaan.
Eerder
dit jaar schreef ik dat we één kijker hebben gehad voor onze te koop staande
woning. Ze zeggen altijd: je kunt wel honderd kijkers hebben, maar je hebt maar
één koper nodig. Wij hadden het ongelooflijke geluk dat deze ene kijker ook de
koper werd. In het slapste kwartaal sinds het begin van de crisis in 2008 wisten
wij ons huis te verkopen.
In
de tijd dat ons huis te koop stond, bezichtigden wij van tijd tot tijd huizen in
de grensstreek, aan Duitse kant welteverstaan. Duitse huizen zijn steevast
groter, ruimer en hebben lappen grond die in geen verhouding staan tot de gemiddelde Nederlandse achtertuin.
Omdat
ik een vriendin heb die al over de grens woont, had ik haar huis al die tijd in
mijn achterhoofd als maatstaf. Ik heb er vorige zomer een weekje gelogeerd
toen zijzelf op vakantie was en dat was heel handig, want zo kon ik enkele
dingen die het wonen over de grens met zich meebrengen, in de praktijk
uittesten.
We
bezochten huizen die te groot waren, huizen die te klein waren, huizen die heel
onhandig op de kavel lagen (gigantische voortuin en achter een strookje van drie
meter), huizen met een krankzinnige indeling, nieuwe huizen, oude huizen, huizen
waar je zo in kon en huizen waar eerst nog een half jaar aan verbouwd moest
worden. We zagen huizen die zo verwaarloosd waren dat de makelaar ons de kelder
niet durfde te laten zien omdat die waarschijnlijk vol water stond, huizen waar
je de spinnenwebben opzij moest duwen om bij de roze jaren '70 badkamer te
komen, huizen waar de kinderslaapkamer nog kleiner was dan die mijn dochter nu
heeft, huizen die een prachtig uitzicht leken te hebben tot we een vrachtwagen
zagen rijden en er dwars door dat bos een weg bleek te lopen, enzovoorts.
Op
een zonnige dag bekeken we een huis op een zeer rustige locatie. Het voldeed aan
praktisch al onze eisen; het was een huis met uitstraling, het lag op een mooie
plek, de tuin lag goed ten opzichte van de zon, iedereen kon een eigen kamer
hebben, de kavel was 800 vierkante meter, de staat was zo goed dat je er zo in
kon, et cetera.
Alleen
lag het naast het spoor.
Dat
was erg jammer, want ik heb mezelf in 2001 (eigenlijk eerder) plechtig beloofd
nooit meer in de buurt van een spoor te gaan wonen. Wij woonden ooit in een flat
dat naast het spoor lag. Mijn tante woonde ertegenover en zei, voor we het
kochten: "Die trein, die hóór je op een gegeven moment niet meer."
Waarna
ik me er vier jaar lang, zevenendertig maal daags, te pletter aan heb
geërgerd.
Nooit
meer bij het spoor dus.
De
makelaar was dezelfde mening toegedaan als mijn tante: Die trein hoor je amper.
Het station is vlakbij, ze gaan daar heel langzaam.
Ja,
maar er rijdt ook elke nacht een goederentrein en die stopt niet bij het
station. Die dendert gewoon door en aangezien ik zelfs soms wakker word van de
goederentrein die op drie kilometer afstand van mijn huidige huis voorbij raast,
besloot ik dat het een dikke nee werd voor dat huis.
Tot verdriet van mijn man, want die zag dat huis helemaal zitten. Het wás ook een geweldig huis. We besloten dat huis als onze nieuwe standaard te beschouwen en alle volgende huizen daaraan af te meten.
Op
een zeker moment bezichtigde ik samen met mijn dochter een huis, omdat mijn man
die dag verhinderd was. Het bleek een verrassingshuis. Niet alleen verkeerde het zowel
binnen als buiten in zeer nette staat, ook bleven er maar deuren opengaan waarna
er weer onvermoede ruimtes verschenen.
Ik
wist: dit huis móet mijn man zien. Een afspraak voor een tweede bezichtiging was
snel gemaakt.
Ook
mijn man was enthousiast. Het voldeed in praktisch alle opzichten aan onze
eisen. Het was het huis aan het spoor, maar dan de plusversie ervan.
In
die tijd hadden we ons eigen huis nog niet verkocht, of waren we nog in het
proces van bieden en tegenbieden verwikkeld, dat weet ik niet precies meer. Wel
herinner ik me dat het erg spannend werd. Wij konden niets zolang ons eigen huis
nog niet definitief verkocht was. Duitse banken kennen geen overbruggingskrediet
of iets dergelijks en een hypotheek krijg je alleen als je schuldenvrij bent.
Een spannende tijd brak aan, want stel dat er een andere gegadigde kwam die dat
leuke huis voor onze neus wegpikte?
Dat
gebeurde niet. Gelukkig!
Onze
termijn van "onder voorbehoud verkocht" verstreek geruisloos, de Duitse bank
ging akkoord met een eventuele financiering van het leuke huis, en toen begon
het. Het leek wel of de weg bezaaid was met keien. De onderhandelingen verliepen
op zijn zachtst gezegd traag en moeizaam. Zwemmen door dikke stroop met haaien
erin. Ik begon de moed te verliezen. Waren we nu zo dichtbij en zou het toch nog
mislopen? Strandden we in het zicht van de haven? We planden zelfs al
bezichtigingen voor andere huizen.Maar zoals het zo vaak gaat met iets dat zich moeizaam door een kleine opening wurmt; met een *plop* was alles er ineens doorheen en twee weken later zaten we bij de notaris het koopcontract te tekenen.
Het ging allemaal zo snel dat ik nog steeds niet helemaal kan geloven dat we dat huis echt hebben weten te kopen. Maar echt, het is zo, het wordt van ons!
Zes kamers, achthonderd vierkante meter grond, vijf kippen en genoeg zolder om er nog drie kamers bij te maken. Boven op een heuvel, vlak bij een bos, met uitzicht op het kasteel.
Ja, ik zal mijn prachtige tuin missen, maar ik krijg er een gigantische tuin voor terug. Ik ben al begonnen met mijn dierbaarste planten uit te graven of te delen, zodat zij mee kunnen verhuizen.
~wordt ongetwijfeld vervolgd ~
Huis en tuin
Wat ruim een jaar geleden in gang werd gezet met de komst van de niet zo fijne nieuwe buren, begint eindelijk wezenlijk te worden. Midden in de crisis, op het moment dat de huizenmarkt op slot begon te gaan, zetten wij ons huis te koop. Vol vertrouwen, eerlijk gezegd, omdat we in een courante straat wonen en de huizen van diverse buren in het verleden altijd wel met een maand of drie, vier verkocht waren.
De fotograaf kwam midden in december, wat voor ons de slechtst mogelijke timing was, aangezien niet alleen Sint en Jezus die maand jarig zijn, maar mijn dochter eveneens, en zij werd ook nog eens getroffen door een geheimzinnig virus dat haar twee weken lang in bed dwong te blijven. Midden in die twee weken viel haar verjaardag. Dat is heel zielig, als je acht bent. In diezelfde periode beviel mijn zus een maand te vroeg van haar dochter en dat alles maakte dat ik niet bepaald relaxt op de fotograaf zat te wachten.
Mijn huis moest aan kant, aan kanter dan het ooit aan kant is geweest. Ongeveer zo aan kant als wanneer mijn schoonmoeder op bezoek kwam, maar dan in het tienvoudig kwadraat. Aangezien ons huishouden gewoonlijk een grote overeenkomst vertoont met de schilderijen van Jan Steen, wachtte mij een fikse taak. Want wie zijn huis te koop zet, moet het representatief op de foto's krijgen. En daarmee wordt bedoeld: spic en span, alsof het nieuw is, alsof er net verbouwd is en de verf nog maar net droog is, alsof je er eigenlijk helemaal niet weg wilde. Levendig maar niet persoonlijk, ruim maar gezellig. Alle foto's, tekeningen van mijn dochter, speelgoed, krabpaal/torenflat van de katten, spullen op het dressoir, ALLES moest weg wilde ik mijn huis volgens de ongeschreven regels van de huizenverkoopwereld op de foto krijgen.
Een volle week ben ik bezig geweest om het representatieve interieur te bewerkstelligen dat van me verwacht werd - denk je in, mijn dochter lag ziek op de bank en eiste ook met een zekere regelmaat mijn aandacht op - en toen het eindelijk klaar was dacht ik bij mezelf: Wat een akelige lege bende. Het was mijn huis, maar toch ook weer niet. Nee, een leeg, kaal, opgeruimd huis is aan mij echt niet besteed.
De fotograaf was een geval apart. Hij praatte namelijk alleen tegen mijn man. Als ik wat zei, negeerde hij dat en vervolgens richtte hij zich weer tot mijn man. Ik dacht er het mijne van, als het meezat zou ik hem nooit meer ontmoeten en dat is tot nog toe ook zo geweest.
De foto's werden inderdaad erg representatief. Hij gebruikte een enorme groothoeklens waardoor ons huis ongeveer twee keer zo groot leek. Mijn woonkamer leek wel een balzaal en op de foto's was het dressoir ongeveer acht meter lang en driehoekig van vorm. Maar dat was allemaal normaal, zei de makelaar, zo doen we dat altijd. Prima, dacht ik. Als het maar kijkers trekt.
En dat gebeurde. Twee dagen na kerst, toen ons huis net weer een Jan Steen-achtige gezelligheid had aangenomen, zou er een kijker komen. Dus weer dat hele riedel van opruimen.
En toen de kijker kwam, mijn dochter en ik de deur uit. Koud dat het was! Regenen! En geen buur thuis, dus maar een ommetje gemaakt. Uiteindelijk bij de dokter in de wachtkamer gaan zitten, een warme choco uit de automaat genomen en wat tijdschriften doorgebladerd tot de makelaar belde.
De kijker was enthousiast! Dat was een goed begin, vonden wij. In deze tijden!
Maar het bleef bij die ene kijker. Hierna bleef het angstvallig stil. Tot de makelaar belde: onze kijker wilde nog eens kijken! Dit keer met een medemakelaar.
Om een lang(dradig) verhaal kort te maken: midden in de crisis, op het moment dat de huizenmarkt compleet op slot zat en in het slechtste kwartaal sinds de jaren '80, verkochten wij ons huis aan de enige kijker die ooit is komen opdagen.
En wat er daarna gebeurde, vertel ik volgende keer.
Tuesday, 24 April 2012
De Serre
De serre
Het huis waar ik de eerste helft van mijn kindertijd
doorbracht, had een serre. Het huis waar ik de tweede helft doorbracht, ook.
Voor mij is een serre synoniem aan een lichte, zonnige, tuingerichte ruimte in
huis waar bij voorkeur zo veel mogelijk tijd doorgebracht wordt wanneer het
weer het niet toelaat om buiten te zitten.
De serre was de plek waar ’s middags na school thee
gedronken werd, waar ik altijd zat te tekenen, waar de poezen in de zon lagen
te slapen, waar de visite – mits niet te talrijk – werd onthaald. In de
weekends was de serre de plek waar je de hele dag zat, van ontbijt tot het tijd
voor het avondeten was. Licht en tuinzicht, wat wil een mens nog meer?
Mijn moeder zei wel eens gekscherend dat ze de rest van haar
huis voor de sier had, want in de donkere voorkamer zaten we eigenlijk nooit en
in de achterkamer we alleen wanneer er gegeten werd.
Ik ben waarschijnlijk
lichtelijk verwend doordat ik in herenhuizen van rond de eeuwwisseling ben opgegroeid.
Ik wist als kind niet beter dan dat een gemiddelde kinderkamer zes bij vier is,
dat een huis ruim twee keer zo veel kamers heeft als het aantal personen dat er
woont, dat ieder huis van voor naar achter drie kamers telt en achter de
voordeur een vestibule voordat de échte gang begint.
Het was hardhandig wakker worden toen ik mijn eerste baan
had en ontdekte dat er volwassen mensen waren, met gezinnen, die in een huisje
woonden dat in zijn geheel net zo veel vierkante meters besloeg als onze
benedenverdieping. Ik was wellicht een tikje naïef.
Ik kijk graag op Funda om te zien hoe andere mensen hun huis
hebben ingericht. Soms zijn huizen zo mooi, dat ik ze opsla op mijn computer in
een mapje dat als een soort moodboard dient voor een toekomstig droomhuis. Soms
zijn de huizen zo bedroevend dat het niet anders kan dan dat ze in 1982 zijn
ingericht door de firma Kraak noch Smaak en er sindsdien niets meer aan is
veranderd. Ik kan me bijna niet voorstellen dat iemand zoiets “thuis” zou
noemen. Ik bedoel, je hebt smaken en die kunnen verschillen, maar je hebt ook
huizen die, nou ja, gewoon niets uitstralen. Niet eens wansmaak, niet eens
doorsnee-Ikea, maar gewoon Echt Helemaal Niets.
Wat me ook opvalt, als ik te koop staande huizen van binnen
begluur, is dat mensen zich vaak helemaal geen raad weten met hun serre. Zelden
zie ik er een gezellige tuinkamer van gemaakt, zoals mijn moeder die heeft.
Soms staan er enkel twee ongemakkelijke stoelen in, of een hondenmand en verder
niks. Ik kan er met mijn verstand niet bij dat je in zo’n lichte, tuingerichte
ruimte, waar het in het prille voorjaarszonnetje al zo aangenaam toeven is,
niet zou willen zitten!
Zouden mensen die net weten wat ze ermee aanmoeten,
dezelfden zijn die het woord zo steevast verkeerd uitspreken? Met zo’n
langgerekte è, alsof serre een afkorting is van misère? Misschien krijgen ze
door die uitspraak al een negatieve associatie met die toch zo fijne ruimte die
de overgang tussen binnen en buiten zo zacht markeert. Mensen, het is serre,
niet sère.
En je dient er te zitten, te genieten, boeken te lezen in
het bleke voorjaarszonnetje, met grote potten thee erbij en een bos tulpen op
tafel, en ’s zomers kun je er een soort verlengd terras van maken, als je de
openslaande deuren opengooit en je in de serre ineens half binnen, half buiten
zit.
Tot slot nog een paar tips aan makelaars.
1.
Alle huizen staan op een unieke locatie. Alleen
van flatwoningen en appartementen zou je nog enigszins kunnen beweren dat ze op
een niet-unieke locatie gebouwd zijn.
2.
Wij trappen echt niet meer in termen als “kluswoning”,
“uitdaging voor iemand met twee rechterhanden” of “huis met mogelijkheden”. Als
het woord krot meer de lading dekt, zeg dan gewoon krot en trek de vraagprijs
met minimaal 50.000 euro omlaag.
3.
Huizen die zogenaamd pas twee dagen te koop
staan, en dat een half jaar later nog steeds: niet doen. Mensen die er elke dag
langs rijden en nog altijd geen bezichtiging hebben aangevraagd, hebben
überhaupt geen interesse, dus die trucjes kun je achterwege laten.
4.
Een plaatsje achter het huis van twee bij vijf
meter op het noorden is géén zonnige ruime achtertuin.
5.
Termen als “levendige buurt” en “vlak bij
uitvalswegen” betekenen gewoonlijk dat het huis naast een druk kruispunt staat met
drie scholen en een supermarkt.
Thursday, 16 February 2012
Huis te koop
In juli schreef ik het al: het werd tijd om te verhuizen. We hebben sindsdien bepaald niet stilgezeten, want verhuizen doe je niet zomaar, zeker niet in een tijd dat het er niet alleen op privévlak financieel niet al te best voor staat, maar de media ook nog dagelijks crisis schreeuwen.
Na een paar makelaars over de vloer te hebben gehad concludeerden we dat het wel het overwegen waard was, hier weggaan.
Die makelaars, dat was wel een verhaal apart.
De eerste die we hier lieten komen was degene die ons destijds dit huis heeft verkocht. Omdat hij toen, weliswaar verkopend makelaar, nogal zijn nek had uitgestoken voor ons, kopers, gunden we hem dit wel. We maakten meteen van de gelegenheid gebruik om ons te beklagen over het wanvolk dat naast ons woonde. Ja, dat huis heeft hij ook verkocht. Hij schrok er een beetje van, maar gaf ons toen wat welkome achtergrondinfo over ons nieuwe buurvolk en we begrepen dat we inderdaad maar beter konden verhuizen.
Echter, één makelaar maakt nog geen zomer dus we lieten, bij wijze van second opinion, nog een volgende ons huis bekijken.
Dit leverde een leuke anekdote op die we nog geregeld op verjaardagen zullen herhalen. De man, type glanzend maatpak en vlotte babbel, hield namelijk niet van onze interieursmaak en liet dat zo luid en duidelijk merken dat hij de prijs meteen met tienduizend euro verlaagde. Onze prachtige badkamer beschouwde hij als iets dat gegarandeerd kopers zou gaan afschrikken en mijn vrouwelijke touch in de woonkamer werd minachtend afgedaan als "rommel". Zijn grootste wapenfeit, waar hij voortdurend mee schermde, was de snelle wijze waarop hij de huizen uit zijn bestand steeds maar weer wist te verkopen. Tja, dachten wij, als je al je huizen te goedkoop in de markt zet zal dat wel blijven lukken.
Hij ging zo in zichzelf op dat hij niet merkte dat wij hem al hadden afschreven nog voor hij zijn tweede kop koffie leeg had.
Hierna volgde een makelaardes (of makelaardin?) die niet uit onze stad kwam en daarom minder begeleiding kon bieden. Ook dachten wij dat een onbekende makelaar misschien tegen ons zou kunnen gaan werken; we zijn hier ten slotte in Twente en wat de boer niet kent dat vreet hij niet.
De makelaar die we uiteindelijk kozen, is een bekende die zo dicht bij ons staat dat we haar in onze zoektocht aanvankelijk volkomen over het hoofd zagen.
Intussen staat ons huis twee maanden te koop en is er één kijker geweest. Die is al wel twee keer geweest, dus dat is dan weer een lichtpuntje. Voor de rest... afwachten maar.
Na een paar makelaars over de vloer te hebben gehad concludeerden we dat het wel het overwegen waard was, hier weggaan.
Die makelaars, dat was wel een verhaal apart.
De eerste die we hier lieten komen was degene die ons destijds dit huis heeft verkocht. Omdat hij toen, weliswaar verkopend makelaar, nogal zijn nek had uitgestoken voor ons, kopers, gunden we hem dit wel. We maakten meteen van de gelegenheid gebruik om ons te beklagen over het wanvolk dat naast ons woonde. Ja, dat huis heeft hij ook verkocht. Hij schrok er een beetje van, maar gaf ons toen wat welkome achtergrondinfo over ons nieuwe buurvolk en we begrepen dat we inderdaad maar beter konden verhuizen.
Echter, één makelaar maakt nog geen zomer dus we lieten, bij wijze van second opinion, nog een volgende ons huis bekijken.
Dit leverde een leuke anekdote op die we nog geregeld op verjaardagen zullen herhalen. De man, type glanzend maatpak en vlotte babbel, hield namelijk niet van onze interieursmaak en liet dat zo luid en duidelijk merken dat hij de prijs meteen met tienduizend euro verlaagde. Onze prachtige badkamer beschouwde hij als iets dat gegarandeerd kopers zou gaan afschrikken en mijn vrouwelijke touch in de woonkamer werd minachtend afgedaan als "rommel". Zijn grootste wapenfeit, waar hij voortdurend mee schermde, was de snelle wijze waarop hij de huizen uit zijn bestand steeds maar weer wist te verkopen. Tja, dachten wij, als je al je huizen te goedkoop in de markt zet zal dat wel blijven lukken.
Hij ging zo in zichzelf op dat hij niet merkte dat wij hem al hadden afschreven nog voor hij zijn tweede kop koffie leeg had.
![]() | |
| De afschrikwekkende badkamer |
| "Rommel" |
Hierna volgde een makelaardes (of makelaardin?) die niet uit onze stad kwam en daarom minder begeleiding kon bieden. Ook dachten wij dat een onbekende makelaar misschien tegen ons zou kunnen gaan werken; we zijn hier ten slotte in Twente en wat de boer niet kent dat vreet hij niet.
De makelaar die we uiteindelijk kozen, is een bekende die zo dicht bij ons staat dat we haar in onze zoektocht aanvankelijk volkomen over het hoofd zagen.
Intussen staat ons huis twee maanden te koop en is er één kijker geweest. Die is al wel twee keer geweest, dus dat is dan weer een lichtpuntje. Voor de rest... afwachten maar.
Sunday, 4 September 2011
Tea Time!
Gisteren heb ik mijn jaarlijkse tuinfeest weer gehouden. Voor het vijfde achtereenvolgende jaar hadden we schitterend weer! De grappen daarover (hoeveel ik Erwin Kroll had toegestopt en zo) waren natuurlijk niet van de lucht. Het was er echt superweer voor. Zo heerlijk warm, volgens mij was gisteren de mooiste dag van de hele zomer.
Vrijdag had ik de hele dag in de keuken gestaan om alle gerechten te maken, zodat ik me zaterdagmorgen alleen nog met de leuke dingen (tafel dekken, tuin versieren) hoefde bezig te houden.
Mijn dochter zorgde voor de bloemen; ik wilde eerst bloemen op de markt gaan kopen, maar dacht, we plukken wel het een en ander. Hier vlakbij is een vijver en een veldje, maar wat schetste mijn verbazing: we hebben alles uit eigen tuin kunnen halen!
Dat al mijn hortensia's volop in bloei staan hielp natuurlijk wel mee, zo'n grote bol vult een vaas al meteen lekker.
Ik heb overal in de tuin organza linten opgehangen, en ook kleine glazen vaasjes met wat bloempjes uit de tuin erin. Het zag er zó gezellig uit. Later, toen de etagères op tafel kwamen, heeft mijn dochter die ook nog versierd met kleine bloemetjes uit de tuin.
Het is zo leuk dat zij al kan helpen. Ze heeft het shortbread versierd, en de roosjes voor op de muffins gemaakt. En dus meegeholpen met de bloemetjes, want ze heeft daar echt al oog voor, zo schattig.
Vrijdag had ik de hele dag in de keuken gestaan om alle gerechten te maken, zodat ik me zaterdagmorgen alleen nog met de leuke dingen (tafel dekken, tuin versieren) hoefde bezig te houden.
Mijn dochter zorgde voor de bloemen; ik wilde eerst bloemen op de markt gaan kopen, maar dacht, we plukken wel het een en ander. Hier vlakbij is een vijver en een veldje, maar wat schetste mijn verbazing: we hebben alles uit eigen tuin kunnen halen!
Dat al mijn hortensia's volop in bloei staan hielp natuurlijk wel mee, zo'n grote bol vult een vaas al meteen lekker.
| En ik vond bij Xenos lint in precies de juiste kleuren! |
Ik heb overal in de tuin organza linten opgehangen, en ook kleine glazen vaasjes met wat bloempjes uit de tuin erin. Het zag er zó gezellig uit. Later, toen de etagères op tafel kwamen, heeft mijn dochter die ook nog versierd met kleine bloemetjes uit de tuin.
Het is zo leuk dat zij al kan helpen. Ze heeft het shortbread versierd, en de roosjes voor op de muffins gemaakt. En dus meegeholpen met de bloemetjes, want ze heeft daar echt al oog voor, zo schattig.
Subscribe to:
Posts (Atom)








