Showing posts with label Boek. Show all posts
Showing posts with label Boek. Show all posts

Thursday, 17 November 2016

Eind van het jaar, lijstjestijd: Beste boeken die ik in 2016 gelezen heb



Net als vorig jaar had ik me aan het begin van dit jaar voorgenomen 50 boeken te lezen, en dat is me op het nippertje gelukt. We zijn in het voorjaar een paar maanden bezig geweest met de nieuwe keuken, dus echt veel gelegenheid om rustig te gaan zitten lezen had ik in die periode niet, maar doordat ik mezelf aan het eind van het jaar toe heb gezet om nog mijn achterstand zo goed mogelijk in te halen (nog even snel Oorlog en Vrede van Tolstoj lezen), zit ik momenteel op 49 boeken; 50 als je Anna Karenina meetelt - maar die heb ik op het moment van schrijven nog niet helemaal uit. 
Gelukkig zaten er dit jaar ook weer een paar pareltjes tussen. Dus net als in de voorgaande jaren, mijn top 10 van gelezen boeken (dus niet: boeken die in 2016 verschenen zijn, maar boeken die ik in 2016 gelezen heb). Boeken die ik aanraad.

10. Onder de Grond - Courtney Collins

Het boek speelt zich af in Australië, 1921. Hoofdpersoon is de jonge vrouw Jessie Hickman (die echt heeft bestaan), die in de gevangenis zit maar vrij kan komen als ze een vak kiest. Ze komt terecht bij Fitz Henry die paarden africht (en steelt!). Hij mishandelt haar en dwingt haar met hem te trouwen. Ze raakt zwanger en verliest het kind wanneer ze hem vermoordt. 
Nu komt het bijzondere: het verhaal wordt verteld door dit kind. De titel, Onder de Grond, is de locatie waar het kind zich bevindt, het is begraven door haar moeder. Zij neemt vanonder de oude grond van het Australisch continent waar wat haar moeder, haar heldin, doet nadat ze weggevlucht is, en vertelt over de vlucht, over hoe ze uit handen kan blijven van de politie, hoe ze hulp krijgt van Jack Brown, de Aboriginalknecht van Fitz Henry. 
Het ongewone vertelperspectief, de rauwe Australische wildernis, de volharding van de nog zo jonge, al zo geharde Jessie, maken het een bijzonder boek. Ik kreeg ook de indruk dat de manier waarop het gestorven kind haar moeder van onder de grond volgde, waarnam, iets te maken had met de mythologische Droomtijd van de Aboriginals.


9. Philippe Claudel, Alles waar ik spijt van heb
De ik-persoon gaat terug naar het dorp van zijn jeugd, omdat zijn moeder is overleden. Hij is als jongen van huis weggelopen, en als hij haar terugziet valt hem op hoe jong ze eigenlijk nog was - en dan begint het rouwproces. Het dorp is grotendeels overstroomd wanneer hij arriveert, de rivier is buiten zijn oevers getreden, en simultaan met het het zakken van het water vindt zijn rouwproces plaats. En waar in het dorp modder en wrakhout achterblijft, blijft dat in zijn ziel ook, omdat hij de waarheid over zijn afkomst onder ogen komt, en de pijn die hij zijn moeder heeft gedaan. Een dun boek, bijna een novelle, maar heel intiem en intens.

8. De H is van Havik, Helen Macdonald
Helen schrijft in de ik-vorm, ik weet niet of het een autobiografisch boek is. Haar vader, een natuurliefhebber zoals zijzelf, is onverwacht overleden en zij heeft veel moeite dit te aanvaarden en verwerken. Ze besluit een jonge havik af te richten, deels om iets om handen te hebben, deels als eerbetoon aan haar natuurminnende vader en de herinneringen die zij met hem deelde, maar wellicht ook om een excuus te hebben om zich af te zonderen van de wereld. De havik is nog jong en schrikachtig en ze zit aldoor met hem in een verduisterde huiskamer, om het dier om te beginnen aan háár te laten wennen, er ondertussen fel op wakend het dier niet handtam te maken - ze wil dat haar havik wild blijft, zichzelf, schuw voor mensen. Met veel liefde en kennis van zaken omschrijft Macdonald het proces van het trainen van de wilde, onhandelbare vogel tot aan het moment dat ze haar loslaat - en ook haar verdriet eindelijk kan loslaten. Blijft aan het eind die ene vraag, staat de H wel voor Havik, of staat hij voor Helen? Intens mooi boek, zeker voor natuurliefhebbers.


7. Dagboek van een onsterfelijke, Anne Rice
We kennen allemaal de film Interview with the Vampire met Brad Pitt en Tom Cruise, en dit is het boek waarop die film gebaseerd is. Anne Rice zette als eerste elegante, verleidelijk, bijna menselijke vampieren neer (voordien waren ze vooral bloeddorstig en angstaanjagend, dierlijk bijna en voor geen enkele rede vatbaar, zoals in het boek Bezeten Stad van Stephen King, dat ik dit jaar ook las), en beïnvloedde daarmee het genre voorgoed. Het boek leest heerlijk weg, ik had het in een mum van tijd uit. Al moet ik erbij vermelden dat ik het niet zo goed vond als The Fevre Dream van George Martin, dat ik vorig jaar las (en dit jaar herlas), en dat zich rond dezelfde tijd en in dezelfde omgeving afspeelt - maar dat kan een persoonlijke voorkeur zijn. Verplichte kost voor liefhebbers van het vampiergenre.

6. Een hart zo blank, Javier Marías 
https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgd8MDU0z40AMDmgRQ6YAdQMRaIhl0aR5PdgeshuQe-0e_V07nFW4ZczfPaA1tUNWdW0qLwB55JzgpOwN2CuP3CAg6hw7iII3dDBA58ceuvZMB4M7hN00RhKMm47b0D2Zwn-OQKkWOb4e2_/s1600/9789029089050.jpg
Ik schaam me kapot, maar van dit boek, dat ik met vier sterren (van de vijf) beoordeelde, kan ik me bijna niks meer herinneren. Dat ligt meer aan mij dan aan het boek, ik las het terwijl we midden in de verbouwing van de keuken zaten. Waar ik me van de inhoud niet veel meer herinner, staat de sfeer me nog helder bij. Ik houd van Spaanstalige schrijvers, er zit een soort mysterie, een bepaald ongrijpbaar gevoel en een warme traagheid in de manier waarop zij hun verhaal vertellen, en dat is bij Marías niet anders. Het verhaal gaat over geheimen, over luisteren, over huwelijken en relaties. Het spijt me, meer kan ik er niet over vertellen. Maar ik weet wel dat ik het zo opnieuw zou lezen, want ik geef boeken niet snel vier sterren of meer.


5. Sandman vol. 3, Neil Gaiman

Van de in het Nederlands vertaalde Sandman-serie heb ik inmiddels een vijftal boeken in mijn bezit. Ik lees ze zoals je een zware, oude cognac drinkt, op speciale momenten en met kleine beetjes tegelijk. Het is een graphic novel, maar wel eentje waar je eens goed voor moet gaan zitten. De verhalen zijn meestal angstaanjagend, vaak huiveringwekkend, toch ook erg komisch en stuk voor stuk heel sterk. Van Neil Gaiman verwacht ik ook niet minder natuurlijk. Een aanrader, maar wel voor liefhebbers van het genre.

4. Mijn liefste ik wil je vertellen  Louisa Young
10170996
Wat een prachtig boek. Vage herinneringen aan The Children's Book van AS Byatt (ook al zo'n parel) en Birdsong van Sebastian Faulks (misschien wel het beste boek dat ooit over WW1 geschreven is).
In dit boek lees je hoe een generatie wordt opgeslokt door een oorlog zoals de wereld nog nooit had gezien, de Eerste Wereldoorlog. Het contrast tussen front en thuisfront is enorm maar wordt gedurende de vier jaar op merkwaardige manier kleiner.
Aanvankelijk viel ik een beetje over de onderkoelde toon waarop het geschreven is, tot dat ene, verbijsterende, niet te bevatten - en dus niet in emoties te vatten - moment.
Toen moest ik bijna huilen, werd ik woedend, moest ik het boek een paar dagen wegleggen voor ik verder kon lezen, naar het bitterzoete einde.
Mooi vond ik de sterke vrouwen, elk op hun eigen manier - überhaupt de manier waarop de personages met de gebeurtenissen omgingen.
Absolute aanrader.




3. Hallucinaties, Oliver Sacks
13330771
Dit is non-fictie, maar Oliver Sacks, de vorig jaar helaas overleden neuroloog, kan zó ontzettend boeiend schrijven, dat dit boek het tot deze hoge plek in mijn top 10 heeft gebracht. Aan de hand van vele tientallen kleurrijke voorbeelden vertelt hij over allerlei soorten hallucinaties, hoe die ervaren worden, wat voor invloed ze hebben, hoe ze veroorzaakt worden. Ik heb het in één adem uitgelezen, en moet er nog met regelmaat aan terugdenken. Misschien wel het meest interessante boek van Sacks dat ik tot nog toe gelezen heb.

2. Oorlog en Vrede, Lev Tolstoj
32863575 
Tja, wat moet ik nu nog over dit boek vertellen. De klassieker onder de klassiekers. Ik had het al een paar jaar in de kast staan, maar omdat het nogal dik is (979 pagina's) kon ik me er maar niet toe zetten erin te beginnen. Totdat ik eind november een boek over Catharina de Grote las (een boek dat het net niet gered heeft tot deze top-10 overigens) en ik ineens helemaal in Russische sferen verkeerde, en bovendien de ins en outs van het adellijke leven uit die tijd (met al die verwarrende titels en namen) beter snapte. 
Ik moet twee dingen opmerken. 
Ten eerste dat dit de meest "oorspronkelijke" versie is van het verhaal. Bepaalde geliefde personages gaan hierin niet dood, de laat-19e-eeuwse censuur is nog niet toegepast. 
Ten  tweede dat ik het verhaal helemaal niet kende, en ook nooit een televisiebewerking heb gezien. De enige bagage waarmee ik aan dit boek begon, was het idee dat het een zwaar en complex verhaal was.
Daarin werd ik dus aangenaam verrast. Want hoewel hier en daar de politieke verwikkelingen iets te uitgebreid (lees: saai-achtig) worden omschreven, en de mening van de auteur er hier en daar wel heel duidelijk doorheen schemert, kenmerkt het verhaal zich juist door lichtheid. Het heeft een optimistische toon, het is zelden langdradig, de personages hebben stuk voor stuk diepgang en ik had het sneller uit dan ik verwacht had. Het leest heerlijk weg en ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik een extreem dik of oud (150 jaar!) verhaal zat te lezen. (Dit is overigens ook te danken aan de voortreffelijke vertaling van Peter Zeeman en Dieuwke Papma.)

1. Kafka aan het strand Haruki Murakami
Kafka aan het strand is het meest wonderbaarlijke, betoverende, prachtige, surrealistische en (van tijd tot tijd) onbegrijpelijke boek dat ik in 2016 gelezen heb. Het gaat over de vijftienjarige jongen Kafka Tamura, die van huis wegloopt en een betrekking vindt bij de Komurabibliotheek waar een androgyne jongeman (Oshima) en een mooie lieve mevrouw (mevrouw Saeki) werken, en over een oude man, Nakata, die met poezen kan praten, en er op die manier zijn werk van heeft gemaakt weggelopen katten terug te vinden.
Hoe deze twee verhaallijnen uiteindelijk samenkomen, is een reis door het uiterste van de verbeeldingskracht. De man die met katten kan praten is nog het minst onwerkelijke fenomeen, als je leest dat Kafka op een zeker moment ergens komt waar de tijd heeft stilgestaan, als er een brute moord wordt gepleegd, een spook verschijnt, iemand ontwaakt met bloed op zijn kleding, kinderen zonder aanleiding bewusteloos neervallen en er dringend naar een sluitsteen gezocht moet worden om een gat in de tijd te dichten. De sfeer van het boek deed denken aan films van Miyazaki (Spirited Away), en ik denk dat ik dit boek beslist nog een keer (of twee, drie) zal moeten lezen voor het werkelijk allemaal tot me doordringt. Heel bijzonder.

Friday, 2 January 2015

Een conservenblik met een verkeerd etiket

Begin december maakte de goedheiligman een klein uitstapje over de grens. Het grote werk liet hij over aan de hier te lande veel actievere Weihnachtsmann, maar een paar aardigheidjes en wat letters van chocolade wilde hij ons toch niet onthouden.

Ik was bijzonder blij toen de goede Sint mij een H gegeven bleek te hebben. Volgens mij was dat voor het eerst. Het voelde als een stukje erkenning.




Mijn hele leven heb ik een andere letter gekregen op sinterklaasavond. Helena is niet de naam die op mijn geboortekaartje stond. Mijn moeder heeft het geloof ik wel overwogen, maar een andere naam beviel mijn ouders beter.

Ik kan me alleen maar herinneren dat ik een hekel had aan die naam. Ik ken maar weinig namen die net zo'n negatief gevoel bij me oproepen. Als klein meisje al vond ik dat ik een afschuwelijke naam had gekregen. 
Ik schaamde me altijd wanneer ik me aan iemand moest voorstellen. Alsof ik een vreselijk geheim over mezelf moest prijsgeven. Iets wat ik liever niet in de openbaarheid bracht.
Alsof het beeld dat de mensen van me hadden, meteen aan gruzels zou gaan wanneer ze erachter kwamen wat voor naam eraan hing. "O, ik dacht dat je een leuk mens was, maar eigenlijk ben jij er zó een!" - zo'n soort gevoel.

Ik heb me met mijn originele naam altijd een conservenblik met een verkeerd etiket gevoeld. Wat die naam zei, ging niet over mij. Dat ging over heel iemand anders. Daarom voelde het zo onwerkelijk wanneer ik mijn naam moest zeggen. Zo'n gevoel van: ik zie eruit als een blik erwten, maar eigenlijk ben ik witte bonen in tomatensaus. Een poes die Fikkie heet. Een Peugeot met een Opel-logo op de motorkap.

Die niet-passende naam gaf me ook het telkens gevoel dat mensen mij verkeerd beoordeelden. Niet konden zien wie ik werkelijk ben. Een naam zegt veel over iemand. Tik een willekeurige namensite in en je ziet dat namen worden onderverdeeld in "modenamen", "hockeynamen" en "popnamen" enz. 
Nomen est omen, wisten de oude Romeinen al. Mijn originele naam zorgde (en zorgt) bij mijzelf voor associaties met praktisch alles wat ik niet ben en niet wil zijn. Nog steeds krimp ik ineen wanneer iemand mij van een afstandje roept. Stil toch, straks weet iedereen het.

Al ver voor mijn eerste boek verscheen, wist ik al dat ik nooit onder mijn originele naam zou publiceren. Dit gevoel werd nog versterkt doordat mijn middelbare medescholieren op een dag hadden besloten dat de combinatie van mijn naam+achternaam zo lekker bekte als scheldwoord. Het bevestigde mij alleen maar dat die naam mij weinig goeds bracht.

Hoe ik er op een gegeven moment achter ben gekomen dat mijn moeder Helena ook als potentiële naam voor haar eerstgeborene op het lijstje had staan, weet ik niet meer, maar ik weet wel dat ik bij het horen van die naam meteen dacht: dat ben ik! Dat gaat over mij!

Eindelijk had ik de naam gevonden die voor mij de lading dekt. Zó voel ik mij! Een naam die ik zonder aarzeling noem wanneer ik me aan iemand voorstel, een krachtige, mooie naam met een positieve lading.

Zo positief zelfs, dat ik op een dag besloot dat mijn gegeven naam wat mij betreft danig uit de mode was geraakt. Dat ik niet alleen als auteur, maar ook in het dagelijks leven Helena genoemd wil worden.
Midden in dat proces zit ik nu.

En dat is heel verwarrend. Aan nieuwe mensen stel ik me voor bij mijn echte naam. Mensen die me van voor die tijd kenden, noemen me meestal nog bij mijn oude naam. Als die mensen elkaar ontmoeten, ontstaan er soms gênante situaties. Ik heb niet altijd zin om het hele verhaal uit te leggen. Heb ook niet altijd zin om te horen "o, maar ik vind dat jij helemaal geen lelijke naam hebt", of dat het maar raar is om je naam te willen veranderen. Of dat het maar een tijdelijke gril zou zijn, iets dat over een paar maanden weer is overgewaaid.

Daarom maar gewoon via dit blog de boel wereldkundig maken, dat is sneller en simpeler. 

Ik zal niet boos worden als mensen mij bij mijn oude naam willen blijven noemen, maar ik zal hen tot het einde der dagen blijven verbeteren, want ik ben Helena.






Helena







Tuesday, 14 May 2013

Ditjes en datjes

Twee jaar geleden, ook in mei, schreef ik over mijn ochtendritueel. In wezen is er niet veel veranderd, het duurt alleen allemaal wat langer. Allereerst omdat ik tegenwoordig met de auto mijn kind naar school moet brengen. Dat vind ik jammer, want ik draag het milieu een warm hart toe en besef terdege dat ik met mijn uitlaatgassen de klimaatverandering alleen maar aanjaag. Een andere school was echter geen optie en om te fietsen is het echt te ver. 
Mijn droom is een dak vol zonnepanelen en van de aldus opgewekte stroom met een elektrische auto heen en weer pendelen.

Als ik terug rijd, beland ik gaandeweg in een ansichtkaart. Ons nieuwe huis staat op een heuvel en als ik op die heuvel aan kom rijden kan ik na al die maanden nog altijd intens genieten van het "buitenlandse" plaatje dat zich voor mijn ogen ontvouwt. Het doet denken aan vervlogen tijden, aan vakanties in de Ardennen, aan slaperige dorpjes op een berghelling. En tja, het ís natuurlijk ook buitenland. 

Als ik écht zin heb in een stukje sightseeing neem ik niet de kortste weg naar huis, door het dorp, maar rijd ik om de heuvel heen, om via de achterkant ervan naar ons huis te rijden. De weg die daar loopt is zo mooi dat hij op landkaarten vast en zeker gemarkeerd is met een groen lijntje erlangs, want het zicht op de heuvel, met zijn bos en de huisjes die tussen de bomen door piepen is werkelijk prachtig. 

Vakantie
Op een zeker moment moet ik dan naar links - het heeft even gekost voor ik het juiste landweggetje wist te onderscheiden, ik ben tig keer verkeerd gereden, om plots heel ergers anders of op iemands erf of zo terecht te komen - en dan... zo mooi. Het lied van Wim Sonneveld dat tot leven komt. Een kerk, een kar met paard, boerenbloemen en een heg, hoge bomen. Weilanden, pas geploegde akkers, een toefje bos. Een slingerweggetje dat diep tussen de akkers ligt en heel vakantieachtig de steile kant van de heuvel opdraait (ik heb het ooit proberen te fietsen en moest halverwege afstappen), fluitenkruid dat een meter hoog in de bermen staat. 

"Daar woon ik," denk ik dan altijd blij, en dan waardeer ik het allemaal des te meer, vooral wanneer ik terugdenk aan plekken waar ik ook gewoond heb; in een flat op vijf hoog, aan een druk kruispunt waar ook nog elke paar minuten de trein naar Den Haag langs denderde. In een huis dat aan een doorgaande weg lag en waar 24 uur per etmaal de rust verstoord werd door automobilisten die de maximumsnelheid het liefst met twee vermenigvuldigden.

En dan dit. Een landweggetje dat de heuvel op kruipt, en ik, altijd zo langzaam mogelijk rijdend om er ten volle van te kunnen genieten. Eenmaal boven, een scherpe draai naar links, en dan de bonus: het uitzicht. Enkel bos en akkers, zo groen als groen maar kan zijn. Heel in de verte, aan de horizon, wat lage heuvels, een kerktorentje, windmolens. 

Nog een klein stukje en dan ben ik thuis, wij wonen aan de andere kant van de heuveltop. Dat lijkt zonde, in verband met dat uitzicht, maar ik heb daar een bewuste keuze in gemaakt. Het uitzicht mag dan schitterend zijn, je zit altijd in de wind en die wind neemt ook de herrie van die mooie (en 's zomers zeer populaire) weg onder aan de heuvel met zich mee. Wij, net aan de andere kant van de heuvel, horen die weg nauwelijks, of er moet een groep motorrijders van de route genieten. En omdat we toch hoog zitten, hebben we een mooi uitzicht de andere kant op. Daar zien we het kasteel, en een uitgestrekt woud waar herten wonen.
Bovendien hoeven we vanuit onze tuin alleen maar haar de top van de heuvel te lopen om alsnog van dat uitzicht te genieten.

Eenmaal thuis zet ik eerst de fluitketel op het fornuis. Daarna krijgen de dieren te eten. Kippen eerst, en dan raap ik meteen de eitjes. De kippen zaten bij de koop inbegrepen; de vorige bewoonster kon ze in haar nieuwe huis niet kwijt en maakte zich al druk over hun lot. Ik zei: laat ze maar lekker hier, iedereen blij. 
Elke dag heb ik vier eitjes. Soms maar drie, en dan hebben we de dag erna soms een dubbeldooier. Dat zijn enorme eieren waarvan je meelij met de kip krijgt. 
Links: doordeweeks ei, rechts: dubbeldooier

De konijnen krijgen vervolgens ook eten, en als laatste de poezen. Tegen die tijd kookt meestal het theewater en dan smeer ik een boterhammetje met donkere honing, en ga, als de zon schijnt, met mijn ontbijt op de bank achter in de tuin zitten. Daar staat tot een uur of half 10 de zon. 
Het bankje achter in de tuin
Soms hoor ik dan de tuindeur opengaan. Even later loopt Poedie me tegemoet. Waar ze heeft geleerd zelf deuren open te maken weet ik niet, maar ik moet er echt aan denken deuren af te sluiten als ze ergens niet mag komen. Poedie is inmiddels zo ver dat ze alleen naar buiten mag, los, zonder lijn. Ze weet de weg naar huis prima terug te vinden. 

Pluis is een ander verhaal. Het is ook een beetje de pech van het raskat-zijn. En van het feit dat ze niet echt de slimste is. Ik laat haar niet graag zomaar over straat zwerven, maar als ik haar los laat in de tuin is ze zó verdwenen, want onder de heg zijn openingen waar een kat gemakkelijk onderdoor past. Hier wil ik nog een oplossing voor bedenken, iets met kippengaas of zo, want ik merk dat Pluis ongelukkig wordt als ze met een tuigje moet rondlopen. En onze tuin is groot genoeg om een hele dag te avonturen.

Ik loop na mijn ontbijt ook nog even een rondje door de tuin - een rondje dat steeds gemakkelijker wordt, nu er steeds meer paden klaar zijn (er staat nog een paadje achter de appelboom langs gepland). Ik geniet van wat er al bloeit, hoewel ik het natuurlijk nog veel te weinig en te kaal vind. Met mijn tulpen ben ik uitermate blij. De witte begonnen spierwit, maar krijgen allengs een randje paars dat steeds intenser wordt.


Ze begonnen groenig wit
 


Via een subtiel randje paars
 
En werden elke dag een stukje paarser
Ook de gemengd wit-paarse tulpen zijn erg het bekijken waard:




Ook het wildebloemenzaad dat ik een paar weken geleden op de kale stukken zaaide, komt lekker op:

De appelboom heeft de verhuizing vanuit de oude tuin overleefd en staat volop te bloesemen:



Vergeet-mij-niet en lievevrouwebedstro aan de voet van de hortensia

Erg blij met deze prachtige violen, ze beginnen donkerpaars en worden lichter naarmate ze ouder worden

Appelbloesem

De grote appelboom

In april, toen het weer verbeterde, had ik een deel van de kippenren afgezet om er graszaad te zaaien. Ik vond het zo zielig, mijn kippen die alleen maar een beejte in het zand liepen te pikken. Ik gunde hen wel wat grasjes. Zo gezegd zo gedaan. Twee zakjes graszaad had ik nog, grond voorbereid en dunnetjes uitgezaaid. 
Het duurde lang, heel lang voor er iets opkwam. Ik was boos op de merel; had hij alle zaadjes opgegeten?
Eindelijk kwam er een groen waas over het stukje grond. 
Wat gek, ronde blaadjes. 
Ik zou toch zweren dat gras meteen in sprietjes groeit. 
Afwachten maar, het was niet mijn graszaad, het lag nog in de schuur van de vorige bewoner, misschien was het gewoon een ander soort. Of zoiets.

Het duurde niet lang of het zag er zo uit:
Dit is geen gras!

Dit wel
Het was geen gras, nee, verre van dat. Ja, er was wel gras opgekomen, zo hier en daar langs de randjes. Maar wat op de rest van dat veldje opkwam, waren brandnetels! 
Er zat niets anders op dan toegeven dat mijn plan om een weitje voor de kippen aan te leggen jammerlijk mislukt was. Tegelijk had ik de luxe dat ik, dankzij die zelfde kippen, niet zelf op m'n knieën hoefde om met handschoenen aan al die jonge brandnetelplantjes eruit te halen.

Lekker, brandnetels!
Ik denk dat het brandnetelzaad heeft liggen sluimeren in de grond, en door mijn omspitten ontwaakt is...
Enfin, hier en daar staat er nog eentje, die mogen van mij gerust groot worden, daar zijn de dagpauwogen alleen maar blij mee.
En ik ben blij met mijn fijne tuin!





Friday, 31 August 2012


Op zaterdag 1 september verschijnt bij uitgeverij Parelz de verhalenbundel Welkom in Parnassia van Helena Rentmeester. Het boek wordt voor het eerst gepresenteerd op Manuscripta (Westergasfabriek, Amsterdam) en Helena Rentmeester zal die dag aanwezig zijn om te signeren. Zij wordt live geïnterviewd om 14:30 uur op het podium in Gashouder 1.



Welkom in Parnassia
Helena Rentmeester is een meesterverteller. Schijnbaar moeiteloos zet ze in haar herkenbare rijke stijl, gelijkend op die van Carlos Ruiz Zafón, een sfeer neer waarbij de lezer zich direct zelf op verlaten overwoekerde stationnetjes of in statige vervallen villa’s waant. Tijd lijkt niet te bestaan of stil te hebben gestaan in haar verhalen.
Met dit boek ontsluit zij de toegang tot haar verbeeldingswereld. Centraal thema in de verhalen is de vergankelijkheid, of het nu van schoonheid, van roem of van het bestaan zelf is. De zeven verhalen zijn meestal realistisch, soms een tintje magisch of absurdistisch, maar altijd zo overtuigend dat je vanaf de eerste zin ‘in het verhaal bent’ en ademloos verder leest. Welkom in Parnassia van Helena Rentmeester telt 212 pagina's en kost 16,95 Euro. ISBN: 9789491074172 http://www.parelz.eu/?p=606

Helena Rentmeester
Helena Rentmeester debuteerde in 2006 met de roman Pont du Gard. Zij heeft een warme interesse in geschiedenis, natuur en het onverklaarbare: elementen die in haar boeken en verhalen steevast de achtergrond vormen waarin deze zich afspelen. Welkom in Parnassia is haar eerste literaire verhalenbundel.
Manuscripta
Manuscripta, de jaarlijkse opening van het boekenseizoen, vindt plaats op 1 en 2 september in de Westergasfabriek in Amsterdam. Op zaterdag zullen Helena Rentmeester en Lucas Zandberg om half 3 op het podium zitten (Gashouder 1) en worden ondervraagd door Carien Touwen over ‘vallen en opstaan’ in het schrijversleven. Dit is tevens het thema van Azra Magazine nummer 4. Aansluitend wordt de winnaar van de Azra Magazine schrijfwedstrijd bekendgemaakt en zal het volgende nummer, met daarin het winnende verhaal, verkrijgbaar zijn.
Helena Rentmeester signeert op zaterdag 1 september in de stand van uitgeverij Parelz en Azra Magazine. Signeertijden:
12:30-13:00 uur
15:00-16:00 uur (aansluitend op haar podiuminterview)
Meer informatie over Manuscripta: www.manuscripta.nl