Tuesday, 14 May 2013

Ditjes en datjes

Twee jaar geleden, ook in mei, schreef ik over mijn ochtendritueel. In wezen is er niet veel veranderd, het duurt alleen allemaal wat langer. Allereerst omdat ik tegenwoordig met de auto mijn kind naar school moet brengen. Dat vind ik jammer, want ik draag het milieu een warm hart toe en besef terdege dat ik met mijn uitlaatgassen de klimaatverandering alleen maar aanjaag. Een andere school was echter geen optie en om te fietsen is het echt te ver. 
Mijn droom is een dak vol zonnepanelen en van de aldus opgewekte stroom met een elektrische auto heen en weer pendelen.

Als ik terug rijd, beland ik gaandeweg in een ansichtkaart. Ons nieuwe huis staat op een heuvel en als ik op die heuvel aan kom rijden kan ik na al die maanden nog altijd intens genieten van het "buitenlandse" plaatje dat zich voor mijn ogen ontvouwt. Het doet denken aan vervlogen tijden, aan vakanties in de Ardennen, aan slaperige dorpjes op een berghelling. En tja, het ís natuurlijk ook buitenland. 

Als ik écht zin heb in een stukje sightseeing neem ik niet de kortste weg naar huis, door het dorp, maar rijd ik om de heuvel heen, om via de achterkant ervan naar ons huis te rijden. De weg die daar loopt is zo mooi dat hij op landkaarten vast en zeker gemarkeerd is met een groen lijntje erlangs, want het zicht op de heuvel, met zijn bos en de huisjes die tussen de bomen door piepen is werkelijk prachtig. 

Vakantie
Op een zeker moment moet ik dan naar links - het heeft even gekost voor ik het juiste landweggetje wist te onderscheiden, ik ben tig keer verkeerd gereden, om plots heel ergers anders of op iemands erf of zo terecht te komen - en dan... zo mooi. Het lied van Wim Sonneveld dat tot leven komt. Een kerk, een kar met paard, boerenbloemen en een heg, hoge bomen. Weilanden, pas geploegde akkers, een toefje bos. Een slingerweggetje dat diep tussen de akkers ligt en heel vakantieachtig de steile kant van de heuvel opdraait (ik heb het ooit proberen te fietsen en moest halverwege afstappen), fluitenkruid dat een meter hoog in de bermen staat. 

"Daar woon ik," denk ik dan altijd blij, en dan waardeer ik het allemaal des te meer, vooral wanneer ik terugdenk aan plekken waar ik ook gewoond heb; in een flat op vijf hoog, aan een druk kruispunt waar ook nog elke paar minuten de trein naar Den Haag langs denderde. In een huis dat aan een doorgaande weg lag en waar 24 uur per etmaal de rust verstoord werd door automobilisten die de maximumsnelheid het liefst met twee vermenigvuldigden.

En dan dit. Een landweggetje dat de heuvel op kruipt, en ik, altijd zo langzaam mogelijk rijdend om er ten volle van te kunnen genieten. Eenmaal boven, een scherpe draai naar links, en dan de bonus: het uitzicht. Enkel bos en akkers, zo groen als groen maar kan zijn. Heel in de verte, aan de horizon, wat lage heuvels, een kerktorentje, windmolens. 

Nog een klein stukje en dan ben ik thuis, wij wonen aan de andere kant van de heuveltop. Dat lijkt zonde, in verband met dat uitzicht, maar ik heb daar een bewuste keuze in gemaakt. Het uitzicht mag dan schitterend zijn, je zit altijd in de wind en die wind neemt ook de herrie van die mooie (en 's zomers zeer populaire) weg onder aan de heuvel met zich mee. Wij, net aan de andere kant van de heuvel, horen die weg nauwelijks, of er moet een groep motorrijders van de route genieten. En omdat we toch hoog zitten, hebben we een mooi uitzicht de andere kant op. Daar zien we het kasteel, en een uitgestrekt woud waar herten wonen.
Bovendien hoeven we vanuit onze tuin alleen maar haar de top van de heuvel te lopen om alsnog van dat uitzicht te genieten.

Eenmaal thuis zet ik eerst de fluitketel op het fornuis. Daarna krijgen de dieren te eten. Kippen eerst, en dan raap ik meteen de eitjes. De kippen zaten bij de koop inbegrepen; de vorige bewoonster kon ze in haar nieuwe huis niet kwijt en maakte zich al druk over hun lot. Ik zei: laat ze maar lekker hier, iedereen blij. 
Elke dag heb ik vier eitjes. Soms maar drie, en dan hebben we de dag erna soms een dubbeldooier. Dat zijn enorme eieren waarvan je meelij met de kip krijgt. 
Links: doordeweeks ei, rechts: dubbeldooier

De konijnen krijgen vervolgens ook eten, en als laatste de poezen. Tegen die tijd kookt meestal het theewater en dan smeer ik een boterhammetje met donkere honing, en ga, als de zon schijnt, met mijn ontbijt op de bank achter in de tuin zitten. Daar staat tot een uur of half 10 de zon. 
Het bankje achter in de tuin
Soms hoor ik dan de tuindeur opengaan. Even later loopt Poedie me tegemoet. Waar ze heeft geleerd zelf deuren open te maken weet ik niet, maar ik moet er echt aan denken deuren af te sluiten als ze ergens niet mag komen. Poedie is inmiddels zo ver dat ze alleen naar buiten mag, los, zonder lijn. Ze weet de weg naar huis prima terug te vinden. 

Pluis is een ander verhaal. Het is ook een beetje de pech van het raskat-zijn. En van het feit dat ze niet echt de slimste is. Ik laat haar niet graag zomaar over straat zwerven, maar als ik haar los laat in de tuin is ze zó verdwenen, want onder de heg zijn openingen waar een kat gemakkelijk onderdoor past. Hier wil ik nog een oplossing voor bedenken, iets met kippengaas of zo, want ik merk dat Pluis ongelukkig wordt als ze met een tuigje moet rondlopen. En onze tuin is groot genoeg om een hele dag te avonturen.

Ik loop na mijn ontbijt ook nog even een rondje door de tuin - een rondje dat steeds gemakkelijker wordt, nu er steeds meer paden klaar zijn (er staat nog een paadje achter de appelboom langs gepland). Ik geniet van wat er al bloeit, hoewel ik het natuurlijk nog veel te weinig en te kaal vind. Met mijn tulpen ben ik uitermate blij. De witte begonnen spierwit, maar krijgen allengs een randje paars dat steeds intenser wordt.


Ze begonnen groenig wit
 


Via een subtiel randje paars
 
En werden elke dag een stukje paarser
Ook de gemengd wit-paarse tulpen zijn erg het bekijken waard:




Ook het wildebloemenzaad dat ik een paar weken geleden op de kale stukken zaaide, komt lekker op:

De appelboom heeft de verhuizing vanuit de oude tuin overleefd en staat volop te bloesemen:



Vergeet-mij-niet en lievevrouwebedstro aan de voet van de hortensia

Erg blij met deze prachtige violen, ze beginnen donkerpaars en worden lichter naarmate ze ouder worden

Appelbloesem

De grote appelboom

In april, toen het weer verbeterde, had ik een deel van de kippenren afgezet om er graszaad te zaaien. Ik vond het zo zielig, mijn kippen die alleen maar een beejte in het zand liepen te pikken. Ik gunde hen wel wat grasjes. Zo gezegd zo gedaan. Twee zakjes graszaad had ik nog, grond voorbereid en dunnetjes uitgezaaid. 
Het duurde lang, heel lang voor er iets opkwam. Ik was boos op de merel; had hij alle zaadjes opgegeten?
Eindelijk kwam er een groen waas over het stukje grond. 
Wat gek, ronde blaadjes. 
Ik zou toch zweren dat gras meteen in sprietjes groeit. 
Afwachten maar, het was niet mijn graszaad, het lag nog in de schuur van de vorige bewoner, misschien was het gewoon een ander soort. Of zoiets.

Het duurde niet lang of het zag er zo uit:
Dit is geen gras!

Dit wel
Het was geen gras, nee, verre van dat. Ja, er was wel gras opgekomen, zo hier en daar langs de randjes. Maar wat op de rest van dat veldje opkwam, waren brandnetels! 
Er zat niets anders op dan toegeven dat mijn plan om een weitje voor de kippen aan te leggen jammerlijk mislukt was. Tegelijk had ik de luxe dat ik, dankzij die zelfde kippen, niet zelf op m'n knieën hoefde om met handschoenen aan al die jonge brandnetelplantjes eruit te halen.

Lekker, brandnetels!
Ik denk dat het brandnetelzaad heeft liggen sluimeren in de grond, en door mijn omspitten ontwaakt is...
Enfin, hier en daar staat er nog eentje, die mogen van mij gerust groot worden, daar zijn de dagpauwogen alleen maar blij mee.
En ik ben blij met mijn fijne tuin!





Tuesday, 7 May 2013

Mei

Terwijl mijn man het tuinhuis in elkaar zette (dat is immers mannenwerk, want er komen schroeven en spijkers aan te pas), zat ik ook niet stil. Ik had nog een tuinpad af te maken.
Het eerste deel (met trapje) was al een tijdje af, maar het tweede liet op zich wachten. Aanvankelijk was ik van plan te wachten tot de hyacinten, blauwe druiven en scilla's die zich precies daar bevonden waar het pad moest komen, uitgebloeid waren, maar toen doemden ineens de contouren van een stel tulpen op... als ik daar nou óók nog op moest wachten...

Zielige blauwe druiven
 De boel uitgegraven dus en elders in de tuin weer teruggeplant. Bloeiend en al. Uiteraard gingen ze allemaal uit protest tegen mijn ongeduld heel zielig slap tegen de grond liggen, maar dat hielden ze geen dag vol nu het zulk mooi weer werd: alle verplaatste bollen staan intussen al weer fier rechtop de zon te aanbidden.

Eindelijk kon ik verder met het laatste stuk van mijn pad.
Eerst maar weer eens een randje van steentjes aangelegd. Doordat er geen rode klinkertjes meer waren heb ik hier grijze gebruikt, ik hoop dat er geen kniesoren mijn tuin komen bezoeken. Nog harder hoop ik natuurlijk op zo'n overvloedige flora dat die randjes aan het oog worden onttrokken. 

De contouren van het pad
 Toen dit eenmaal gedaan was was het meeste en zwaarste werk achter de rug. Een kwestie van glad maken en aanstampen, worteldoek erover en grind erop!




Et voilà!
Het enige nadeel is dat ik in de tuin nogal graag op blote voeten mag lopen en hoewel de opzet een "Tuin der Zinnen" was, worden mijn voetzintuigen toch wel iets te stevig geprikkeld wanneer ik zonder schoenen over het grind naar achteren loop. 
Daarna worden mijn voeten dan wel weer gestreeld door koel gras...

Al ploeterend met mijn grindpad werd mijn hoofd lekker leeg en kwamen de ideeën voor volgende projecten bovendrijven. Ons terras bestaat uit honderden stoeptegels, en stoeptegels vind ik op zijn zachtst gezegd... nou ja, prima voor op de stoep, maar als het even kan niet in mijn tuin. 

Nu ben ik net als de meeste mensen niet begiftigd met een oneindige bankrekening, dus zomaar naar de stenenboer en zeggen: ik wil dertig vierkante meter IJsselsteentjes, dat kan ik wel op m'n buik schrijven. 
Wel ben ik vindingrijk en oplettend en zo ben ik onlangs aan een grote hoeveelheid smalle klinkertjes gekomen, ik schat wel duizend stuks, "gratis af te halen". We moesten er met twee auto's twee keer voor op en neer naar Raalte (o, trekhaak en aanhangwagentje, waar ben je als we je nodig hebben) maar toch, gratis. Min of meer.

Nu is duizend steentjes voor ons terras waarschijnlijk te weinig (ik heb het nog nooit opgemeten eigenlijk) dus ik wist niet helemaal wat ik er precies mee aan kon vangen. Op visite bij mijn ouders zag ik in hun tuin plotseling wat ik met die klinkertjes kan doen. 
Beter goed gejat dan slecht bedacht, of iets in die geest.



Laat dit nou precies de afmeting zijn van één stoeptegel! En die vierkante steentjes voor in het midden, dat is het probleem niet, die vinden we hier om de haverklap in de grond en op de bodem van de vijver en zo.


Mijn vader heeft stoeptegels en dit patroontje om en om op het terras, en dat staat warempel hartstikke leuk. Mijn ouders wonen niet bepaald in een nieuwbouwhuis dus als het bij hen leuk staat, kan het in mijn tuin zéker.

Gisteren een stoeptegel eruit gewrikt en het patroontje ingelegd, en dat stond inderdaad alsof het ervoor gemaakt was. Weer iets om naar uit te kijken dus! Ik word nog eens een heuse stratenmaker. 

Ondertussen gewoon genieten van de tuin en het weer...
Het was zulk heerlijk weer
De appelboom staat in bloei

Een soort elfje kwam mij helpen
Nog wat kaal, maar al behoorlijk tevreden met het uitzicht vanaf het terras

Nog een vlinderstruik erbij gekocht

Hydrangea "Annabelle" geplant

Poedie (aangelijnd) aan het rollebollen van blijdschap

Ribes die nog steeds bloeit

Bijna avond





Het tuinhuis

Grappig hoe dingen soms op hun plaats vallen. 
In dezelfde week dat ik de bundel "Het Tuinhuis" van Hella S. Haasse las, waren wij in onze tuin bezig ons eigen tuinhuis in elkaar te zetten. 

Een langgekoesterde droom van onze dochter, en een waarvan wij verwezenlijking hadden beloofd zodra we een tuin hadden die groot genoeg was. We hebben in ons oude huis serieus overwogen een huisje voor haar OP de schuur neer te zetten...

Enfin, na enig zoeken op internet vonden we bij een Duitse leverancier een tuinhuis dat niet alleen schappelijk geprijsd was, maar ook nog eens vele malen schattiger dan de tuinhuizen die we tot dan toe hadden gezien.
We hoefden onze dochter niet eens om te praten: een volmondig ja was haar antwoord toen we de plaatjes lieten zien.

Op een kille dag in maart werd het tuinhuis bezorgd. Een man met een vrachtwagen die enkele maten te groot leek voor het kleine straatje waarin wij wonen, zette zijn voertuig een paar huizen verderop neer (waarop ik het prompt benauwd kreeg, hadden we bij onze bestelling een onjuist huisnummer opgegeven?) en stapte uit.

Wat er toen volgde was best interessant om te zien en als je niet in de transportwereld werkt vast geen dagelijkse kost. Je ziet soms trucks rijden met zo'n klein wagentje achterop en nu kreeg ik eindelijk te zien hoe zoiets werkt. Het wagentje kon eraf, werd als het ware uit elkaar gevouwen en veranderde voor mijn ogen in een klein vorkheftruckje. 

Nadat de chauffeur het zware zeildoek van de oplegger opzij had gevouwen, haalde hij met het vorkheftruckje een groot pakket met stukken blank hout en een reep beschermend plastic eromheen te voorschijn. Hierna reed hij (o, opluchting) niet de oprit op van de buren drie huizen verderop, maar kwam hij warempel onze kant op gereden.

Ondanks de toen nog snijdende kou liep ik naar buiten en vroeg hem het pakket op de oprit te zetten. Onder de carport zou het pakket droog en niemand in de weg liggen.
Helaas echter wordt ook onze oprit geflankeerd door coniferen (hè, wéér die rotconiferen!) en die zijn in de loop der jaren zo breed uitgewaaierd dat  je er met een smal autootje nog wel tussen kunt komen, maar ik met mijn middenklasser al de spiegels moet inklappen, en een vacuüm verpakt tuinhuis paste er al helemaal niet tussen.

Nou ja, zet het dan maar aan het begin van de oprit, ik parkeer mijn auto zolang wel elders. 

De zaterdag erna hebben we met zijn drieën de losse onderdelen van het tuinhuis stuk voor stuk naar de carport gedragen en weer opgestapeld en met plastic bedekt. Je moet toch wat...

In de meivakantie was het weer goed en bestendig genoeg om eindelijk een aanvang te maken met de montage en plaatsing. En omdat één foto vaak meer zegt dan duizenden woorden, hier een serie van hoe zoiets in zijn werk gaat.









Nu alleen nog verven. Nee, niet standaard wit! De opmerkzamen onder jullie zien wat kleurstaaltjes tussen de kozijnen geklemd zitten. 
Wanneer het klaar is, volgen uiteraard de foto's.

Een maand lente

Een kleine maand geleden draaide de wind, die wekenlang kou vanuit het oosten had meegebracht, eindelijk naar gunstiger richtingen, en daarmee werd het weer ook eindelijk lenteachtig. 
Het is ongelooflijk met welke snelheid de planten in mijn tuin van die omslag geprofiteerd hebben. 

Een maand geleden had niets nog blaadjes en waren de twee sneeuwklokjes zo'n beetje het enige dat bloeide, nu staat alles volop in bloei en blad, op de hibiscussen na, die als kale spelbrekers tussen het groen staan.

Het ziet er sinds m'n vorige verhaaltje ineens een heel stuk zomerser en zonniger uit!
Mijn paarse tulpen steken mooi af tegen het geel van de forsythia en het donkere blad van de sering
Gewone violen
 
Maartse viooltjes

  
Gestreepte tulpen

Witte Dicentra in de schaduwhoek

Bloembakken vol violen
De grote hortensia uit de oude tuin
De grote hortensia uit de oude tuin is goed aangeslagen! Vol in het blad, en rondom de basis staan meegelifte verstekelingen in de vorm van Vergeet-mij-nietjes (Myosotis) en Lievevrouwebedstro. Heel welkom, laat al die kale grond er maar mee vol groeien!

Ik houd helemaal niet van kale grond in mijn tuin, ik wil geen grond zien, daar komt alleen maar onkruid op af, en van wieden houd ik absoluut niet. Daarom heb ik aan de vooravond van de afgelopen warme periode een heleboel gemengd bloemenzaad gezaaid. Nu hebben wij een hoop vogels in de tuin dus ik vrees dat niet alle zaadjes tot plantjes zullen  uitgroeien, maar al komt maar de helft op dan ben ik al tevreden.

En waarempel!
 Minder blij ben ik met de plant die ik vorige keer nog "voordeel van de twijfel" noemde. Ik weet nog steeds niet wat het is of wat het moet worden, maar hij begint wel erg groot te worden, drukt de bosanemoontjes ruw opzij en hangt brutaal over het pad.

Wat is het?
 We wachten nog even af, wie weet komen er prachtige bloemen aan. Maar ik ben bang dat dit toch een weghalertje wordt, want de vorige bewoonster had absoluut niet dezelfde smaak qua bloemen en planten als ik. Ik heb het al vaak gehad over de overvloed aan winterbloeiende heide, coniferen en taxussen, maar wat ik nog niet had verteld is dat de zijtuin - ongeveer het formaat van twee rijtjeshuistuinen achter elkaar - vol staat met azalea-achtige rhodondendrons. Dikke knoppen erin, en tot mei moeten wachten wat voor kleur het zal zijn
Welnu, dit kreeg ik te zien toen van het weekend die knoppen opensprongen:
En dat vloekt zo lekker met de winterbloeiende heide erachter...
 Een prachtige kleur rood, daar niet van: van de weinige tinten rood die ik mooi vind is dit er één, framboosrood is de ander, maar hemeltjelief wat vloekt deze tint met de andere kleuren in mijn tuin... ik vrees dat al die rhodondendrons eruit gaan. Het enige dat dan overblijft in de zijtuin is één laurierkers en iets onduidelijks met knoppen die op springen staan maar dat zijn kleur nog moet bewijzen.
Immers, de rest van de zijtuin wordt gevuld door... jawel: heidestruiken, taxussen en coniferen. 

Nog maar een paar pakjes gemengd bloemenzaad kopen dus, om de zijtuin ook een wat meer gewenst aanzien te geven.

In de zijtuin prijkt - onbedoeld - sinds anderhalve week ook een rozenboog. Wat was het geval? In een foldertje dat wij in de bus krijgen (Nee-Nee stickers kennen ze in dit verder zo milieubewuste land niet) stond een tijdje terug een onweerstaanbare aanbieding, dus ik reed op stel en sprong naar die winkel om de zeer mild geprijsde rozenboog aan te schaffen. Ten bewijze dat het echt waar was, stond er een rozenboog in elkaar gezet en al in de winkel. 

Thuis de eerste weken geen tijd gehad om ermee aan de slag te kunnen, en toen de periode waarin er geruild of gereclameerd kan worden verstreken was, bleek er in de eigenlijk best wel kleine doos iets anders dan verwacht: er zat een halve rozenboog in!

Daar ging mij plan om iedereen die via de voortuin ons erf betreedt door een poort van rozen binnen te nodigen...  Mijn man zette het halve ding dan toch maar in elkaar, en kwam op het idee om hem tegen de hoek van het huis neer te zetten. En wat bleek, dat stond gewoon hartstikke leuk! Ik kreeg meteen visioenen van een New Dawn klimroos en een Clematis Montana (waarvan ik enkele zaailingen uit mijn oude tuin levend over heb gekregen). Wie straks door rozen verwelkomd wil worden als hij ons bezoekt, zal via de zij-ingang moeten komen.

 
Nog erg kaal
Waar u een zandpad ziet, was vroeger een pad van grindtegels. Nu heb ik aan grindtegels ongeveer net zo'n hekel als aan coniferen, dus toen zich een kans voordeed ze elders te gebruiken grepen we die meteen.


Wat is hier gaande?
 
 Gewapend met waterpas en rubberen hamer ging mijn echtgenoot aan de slag. 

En wat daar allemaal gaande was, daarover vertel ik volgende keer.