woensdag 13 mei 2020

De tuin gaat weer verder

Na een lange afwezigheid - nou ja, niet helemaal, want op Instagram ben ik wel actief gebleven - pik ik mijn tuinblog weer op.

Er is in de tussentijd nogal wat gebeurd, zowel privé als in de tuin, en over het eerste ga ik het fijn niet hebben en over het tweede natuurlijk wel.

De laatste keer dat ik hier over mijn tuin vertelde, was twee jaar geleden, helemaal lyrisch over de forsythia. Ik ben over de forsythia overigens nog steeds lyrisch. Wat een fantastische, veelzijdige struik. Je kunt ze ook zo makkelijk stekken. Tak eraf, laten wortelen, hup nieuwe forsythia. Ik ben er momenteel een paar aan het stekken voor... maar daarover later meer.

Wat mijn smaak betreft is er niks veranderd. Ik ben in de tussentijd nog een keer naar Engeland geweest en kon mijn geluk niet op bij het zien van al die heerlijke, ietwat rommelige, volle, vrolijke tuinen. Waar mosjes mogen, waar plantjes langs en in de voegen het pad mogen groeien, waar alles zich vrijelijk mag uitzaaien. Waar alles met alles gecombineerd mag worden, waar borders vol staan, met verschillende planten, niet met al die eenheidsworsten-Annabelles zoals je dat in Nederland steeds weer ziet.













Nu moet ik niet te hard klagen over de Nederlandse tuin, want ik heb vorig jaar een paar prachtige tuinen in het oosten van het land bezocht tijdens de opentuinendagen. Die dit jaar, helaas, wegens de Coronacrisis afgelast zijn.



En ja, die Coronacrisis... mensenlief wat ben ik blij dat ik een tuin van 1000 vierkante meter heb. Die quarantaine valt me allerminst zwaar. Ik heb genoeg te doen. Ik kan wandelingen maken in mijn eigen tuin!


 



Goed, wat voor nieuws is er te melden over de tuin?
Om te beginnen beginnen de twee nieuwe borders op stoom te komen. Vooral border F (ik heb ze genummerd, anders weet ik niet meer waar wat staat) begint na drie jaar echt mooi te worden. 

Iris "Senlac" steelt momenteel de show (al die knoppen zijn nu uit maar omdat 't regent ben ik vandaag geen nieuwe foto's gaan maken)
De tegenoverliggende, die ik een jaar later heb aangelegd, moet nog wat op gang komen - de grond was daar ook minder, omdat er voorheen, toen 't stuk nog niet van ons was, voortdurend auto's geparkeerd hebben gestaan. Geduld en compost gaan daar vast verandering in brengen.

Sommige stukjes van deze border zien er al heel goed uit
Er is helaas rondom onze tuin heel veel veranderd. De prachtige walnotenboom die op het landje achter mijn buurvrouw stond: omgehakt. Het grondstuk verkocht aan mensen die er een huis gingen bouwen, en die totaal geen belang hadden bij een grote, oude, beeldbepalende boom achter in hun tuin. Ja, áchter in hun tuin. Ten noorden van 't huis, dus geen schaduw of zo. Buuf en ik kunnen er nóg kwaad om worden. Hij stond huis noch tuin in de weg, maar hij Moest Weg. Waarom ze niet het volkomen kale grondstuk ernaast hebben gekocht is ons een raadsel. Werd hun huis ook nog eens hartstikke lelijk: daar keek ik dus plotseling op uit, en daar was ik, zacht gezegd, niet blij mee, want de walnoot was jarenlang de achtergrond voor vele tuinfoto's.



Al die bomen daarachter zijn nu weg, en er staat een lelijk huis. Zonde hè.
Ik was dus genoodzaakt zelf schaambeplanting aan te planten. Zo schijnt het te heten wanneer je bomen en struiken plaatst om een lelijk uitzicht te verbergen.

Gelukkig was er tussen het lelijke huis en mij nog een kavel, dat een jaar later verkocht werd, en daar werd een keurig huis op gebouwd dat vrijwel het hele zicht op het lelijke huis wegnam. Toch wil ik niet andermans huis op de achtergrond van mijn tuinfoto's, dus hier en daar een nieuwe boom op een strategische zichtlijn geplant.
Nu zijn die helaas allemaal nog klein, dus is het nog steeds vrij moeilijk om foto's te maken waar niet de halve buurt op staat.

Een andere buurman besloot eerder dit jaar een oprit te maken langs de grens met onze tuin. Voordien was daar een rand bomen en struiken, die nu allemaal weggingen. Aan onze kant stond een rij lelijk geworden coniferen, en omdat de werklui toch bezig waren, hebben we hen gevraagd of ze die meteen ook konden weghalen, nu er ruimte was. Ook hebben ze het gat in de zijtuin, waar we een vijver hadden bedacht (maar we zijn op dat idee teruggekomen) weer dichtgegooid. Met de grond die vrijkwam uit de tuin van de buurman voor zijn oprit (daar kwam puin voor in de plaats voor de stevigheid) hebben de werklui bij ons een wal gemaakt als afscheiding.

Er is een hek tussen gemaakt, de oprit werd aangelegd (met mooi wit grind, net zoals de paden in onze tuin, dus dat uitzicht stoort me niet), maar dat betekent wel dat ik nu zó op de bus van de buurman kijk (nee, 't is ook nog eens geen klein autootje, de beste man is eigen baas).

Dus wéér schaambeplanting geplant, dit keer een rij loofbomen en struiken die hopelijk over een paar jaar groot genoeg zijn om de voertuigen aan het zicht te onttrekken. (En hier kom ik dan weer terug op die forsythiastekken; ik hoop er een paar als een soort haagje te kunnen planten, vrolijk geel in de lente en mooi dicht en lichtgroen tot aan de herfst).

Artist's impression
Nu heb ik dus geen plekje meer over waar ik beschut kan zitten in de tuin. De vlinderstruiken halverwege het terras en de straat nemen in de zomer gelukkig veel zicht weg, maar ik mis soms het geborgen tuintje wat ik vroeger had:


of de door hoge, donkere coniferen omringde tuin die dit eerst was.


Volgende keer meer actuele tuinzaken!

woensdag 11 april 2018

Ode aan de forsythia

Ik vind dat iedereen een forsythia in de tuin zou moeten hebben en ik zal u vertellen waarom.


Op dit moment bloeit de forsythia en, meer nog dan sneeuwklokjes en krokussen, vind ik zijn bloei het startsein voor de lente.

De forsythia is een van de gemakkelijkste, veelzijdigste struiken die er maar te vinden zijn. Hij vergt nauwelijks onderhoud, hoewel het een flinke groeier is en er na de zomer heel wat lange takken uit schieten. Hierover later meer.

Ik zal om te beginnen alle pluspunten van deze fantastische struik op een rij zetten.

* De forsythia bloeit vroeg. Als de rest van de tuin nog kaal en bladerloos is en er nog geen kleur te bekennen is, staat er in de prille lentezon een vrolijk goudgele struik te schitteren, die alle aandacht naar zich toe trekt.

Ja, u ziet het goed, rechts staat er nóg eentje.
* De forsythia bloeit tegelijk met de narcissen. En dat combineert fantastisch met elkaar, omdat ze allebei dezelfde tint geel hebben. 


* Zelfs voor mensen die niet van geel houden (daartoe reken ik mijzelf eveneens) is deze struik geen probleem: wanneer hij bloeit is er nog nauwelijks kleur in de tuin, dus het kan nergens mee vloeken.

* En na de bloei komt het blad en dat blijft de hele zomer lang frisgroen. Een mooie frisgroene struik in de tuin geeft rust en functioneert prima als achtergrond voor zomerbloeiers. Of tegen inkijk van buren. Of als plekje uit de wind.

Beschut tegen inkijk en wind. Rechts de forsythia

* De kat kan er op een warme dag lekker onder gaan liggen, want het is een dichte struik met genoeg schaduw.

Poezen en forsythia's combineren mooi met elkaar
* Een forsythia hoef je niet te kopen. Vraag een recente scheut van iemand die er al een heeft, steek die in een pot goede aarde (eventueel met wat stekpoeder) en een paar maanden later zitten er worteltjes aan en kun je hem in je tuin planten.

* Wanneer de forsythia bloeit, kan het gras voor de eerste keer na de winter weer gemaaid worden. Dat vergeet je dus nooit meer. Een handige herinnering.

* Die lange takken waar ik het eerder over had, kun je vroeg in het voorjaar afknippen en binnen in een vaas zetten. Een paar dagen later heb je de lente in huis. De struik zelf bloeit op het oude hout, dus je hoeft niet bang te zijn dat je alle bloei wegknipt.

Gratis en uit eigen tuin
*De struik laat zich sowieso gemakkelijk snoeien. Hij is niet gebonden aan jaargetijden en kan op elk gewenst moment gekortwiekt worden.

Herfstsnoei. 
Leuk aardigheidje voor kinderen (en moeders die even een halfuurtje rust willen): 99% van de bloemetjes heeft 4 blaadjes, maar op de een of andere manier zit er aan een struik altijd één bloemetje met vijf bloemblaadjes. Zoekt en gij zult vinden!


dinsdag 20 februari 2018

Een vouwgordijn, zo gemaakt.

Laatst heb ik een van de finishing touches van de nieuwe keuken eindelijk volbracht: het vouwgordijn voor het keukenraam. Het was een karweitje dat ik al een hele tijd voor me uitgeschoven had, of beter gezegd; ik was er ooit aan begonnen en het viel me zó tegen dat ik me er niet toe kon zetten ermee verder te gaan.

Wat kan er nou moeilijk zijn aan een vouwgordijn, zou je denken. Een rechte lap afzomen en dat is het. Maar met die rechte lap heb je alleen nog maar stap 1 genomen.

Ik had een oud vouwgordijn als basis genomen, en dacht, naïef als ik ben in dit soort dingen, dat het een kwestie was van de stof overzetten op het bestaande mechaniek.

Het oude vouwgordijn dat precies de juiste breedte bleek te hebben.
Had ik me daar even mooi vergist.

Om te beginnen moesten er een stuk of acht tunneltjes/gootjes komen van band waar de latjes doorheen gingen. Dat vergde heel secuur meet- en naaiwerk, want die tunneltjes moesten natuurlijk precies op gelijke afstand van elkaar zitten en ook nog eens precies dwars op de lengterichting van de stof. En stof, zoals iedereen weet, is nooit helemaal recht, en er komen vouwen in, en het rekt een beetje, enfin, het was nogal wat werk om die stukken band er mooi recht en evenwijdig op te krijgen.

Als dit niet precies recht is, hangt je vouwgordijn schots en scheef.
Toen was op driekwart ook nog het band op, domweg door een meetfout mijnerzijds, en kon ik weer niet verder.

Nu weet u vast nog wel van eerdere naai-avonturen in dit blog dat ik een soort van haat-liefdeverhouding heb met mijn naaimachine. Of dit aan mijn onkunde ligt of aan de kwaliteit van mijn naaimachine is nog altijd niet duidelijk, maar stel je voor dat je net een halve zondagmiddag op je knieën in de woonkamer hebt gezeten om dat band af te spelden en dat wanneer je dan eindelijk begint te naaien, de naald of onderdraad voor de zoveelste keer vastloopt (ik ben er inmiddels achter dat ik het spoeltje er andersom in moet doen, en heb dit met watervaste stift genoteerd op de naaimachine, opdat ik het nooit meer vergeet!)

En dan is natuurlijk ook altijd precies op zondagmiddag het garen op, want door al die fouten jaag je dat er razendsnel doorheen.

Weer naar de fourniturenwinkel, waar ik nog maar zo kortgeleden was geweest om band te kopen.

Enfin, u begint wellicht langzamerhand te begrijpen waarom dit karwei zo lang heeft geduurd.

Goed kijken hoe het allemaal bij het origineel zat
Nadat de tunnels vastgenaaid waren kon ik de oogjes voor de draden (die het rolgordijn optrekken) vast gaan zetten. Eigenlijk hadden die meegenaaid moeten worden in de gootjes, maar omdat ze uit een oud rolgordijn kwamen zaten er al gaatjes in en was ik bang dat ze zouden uitscheuren als ik ze meenaaide, dus die er met de hand op gezet. Het komt toch aan de achterkant.
Oogjes vastnaaien met de hand
Hierna ging het plotseling snel. Latjes overzetten, stof vastzetten aan het mechaniek en draden door de oogjes halen, en toen ophangen. En kijk eens, wat een verschil. Ik ben blij en trots en heb mezelf beloofd nóóit meer zelf een vouwgordijn te maken.

Trekkoord inspannen

Latjes door de tunnels duwen

Voor

Na. Gezellig hè.
De stof is dezelfde als die van de gordijnen in de achterkamer, omdat ik ervan houd ruimtes met elkaar te verbinden door herhaling van een element, in dit geval dus de gordijnstof.

zondag 31 december 2017

Beste boeken van 2017

Zoals ieder jaar sluit ik af met een lijst van de boeken die het afgelopen jaar de meeste indruk hebben gemaakt. Ik heb in 2017 ontzettend veel gelezen en ben mijn jaarlijkse doel van 50 boeken ruimschoots voorbijgestreefd met een totaal van 77.
Terugkijkend zie ik veel historische romans in mijn lijst staan, "fiction" en "faction", boeken waar je niet alleen leesplezier aan beleeft maar waarvan je ook weer wat wijzer wordt.

 Mijn favorieten van dit jaar op een rijtje:

10. De Stille Kracht - Louis Couperus

Ik probeer elk jaar minstens één klassieker te lezen en dit jaar was dat De Stille Kracht. Ik heb dit boek misschien vroeger wel eens (verplicht) gelezen en ik kan me vaag wat scènes uit de televisieserie herinneren, maar het stond me allemaal niet meer helder bij dus heb ik me er op een schitterende zomerdag aan gewaagd en ik vond het een ontzettend mooi verhaal, zo mooi mysterieus, en heel typerend voor die tijd, schrijnend ook. In deze lijst overigens meer over Nederlands Indië.

9. Familie is het moeilijkste gerecht - Francisdo Azevedo
Dit boek speelt zich af in Brazilië en over Zuid-Amerika lees ik graag, omdat het een wereld is die zowel bekend als exotisch is. In dit verhaal trouwt een stel en raapt de zus van de bruid één voor één alle rijstkorrels van de straat die over het versgetrouwde stel heen geworpen zijn. De kersverse echtgenoot protesteert, hij vindt het vies, maar volgens de zus bevat deze rijst alle liefde en goede wensen die door de aanwezigen zijn gedacht en uitgesproken. In de loop van het hier en daar ontroerende, dan weer komische verhaal krijgt de rijst een geheel eigen rol, die, zoals we van Zuid-Amerikaanse schrijvers gewend zijn, geregeld aan magie raakt. Een feelgoedroman, en zeker een aanrader.

8. Het Huis met de Schaduw - Aminatta Forna

Dit is een van de boeken die me wijzer maakten. Het speelt zich af in Kroatië, waar een Brits stel een leegstaand huis koopt en een plaatselijke klusjesman wordt ingehuurd om het op te knappen. Wat de Amerikanen niet weten is dat de klusjesman het huis maar al te goed kent en met degene van wie ze het gekocht hebben een duister geheim deelt over de Joegoslavische oorlog. Met het opknappen van het huis komt wat door de oude eigenaar verdoezeld was weer in het zicht, en blijken de lijnen tussen de verschillende partijen in het dorp nog haarscherp. Zonder het te beseffen haalt de Britse vrouw pijnlijke wonden open over het verleden.
Heel indrukwekkend wat in dit boek gezegd wordt zonder dat het uitgesproken wordt. Het echte verhaal speelt zich tussen de regels af.

7. De Officier - Robert Harris

Van de Dreyfus-affaire in Frankrijk heeft iedereen wel gehoord, maar het fijne wist ik er nooit van en daarom is het mooi dat er mensen als Robert Harris bestaan, die in zo'n onderwerp duiken en er een roman over schrijven. Natuurlijk is het verhaal geromantiseerd maar het blijft schrijnend hoe de Joods-Franse officier Dreyfus er in 1894 zonder bewijs en onterecht werd beschuldigd een spion voor de Duitsers te zijn, en gevangen werd gezet op Duivelseiland, terwijl de man die nota bene tegen hem getuigde, Esterhazy, de werkelijke spion bleek te zijn. Er werd vervolgens het nodige in de doofpot gestopt maar het was Émile Zola die met zijn "J'Accuse" de boel aan het rollen bracht waardoor Dreyfus uiteindelijk amnestie kreeg en gerehabiliteerd werd in het leger.
Harris schrijft mannelijk en feitelijk, maar tegelijkertijd boeiend en verhalend, en omdat het zo interessant was heb ik dit boek in één adem uitgelezen.

6. The Greatcoat - Helen Dunmore

Van Helen Dunmore kende ik alleen Birdcage Walk, een boek dat ik in Engeland overal in de winkels zag liggen maar, stom-stom-stom, niet heb gekocht, dus ging ik in Nederland bij de bibliotheek op zoek, en daar hadden ze het niet, maar er lag wel een ander boek van haar, The Greatcoat, waar op de voorkant een man in een militair uniform nogal desperaat door een raam naar binnen staat te gluren, en ik dacht, eens kijken of het wat is, meteen kijken wat ik van haar schrijfstijl vind.
Nou, die schrijfstijl, die vond ik aangenaam, intiem, warm, direct, alsof je meelift op iemands gedachten.
Het speelt kort na de Tweede Wereldoorlog en gaat over een pasgetrouwd stel, hij arts en voortdurend onderweg, zij, Isabel, huisvrouw (hoewel ze andere dromen had, maar zo ging dat in die tijd) en inwonend bij een huisbazin die vooral Isabel niet erg mag. Het lijkt een standaard setting, maar het verhaal neemt al snel een andere wending; Isabel verveelt zich, voelt zich gecontroleerd door de huisbazin, fantaseert over hoe haar leven zou moeten zijn en ligt vaak overdag in bed. En 's nachts heeft ze het koud, want er zijn bijna geen kolen, zo vlak na de oorlog. Als ze door haar appartement struinend op een greatcoat stuit (lange legerjas), gebruikt ze die om 's nachts warm te blijven maar vanaf het moment dat ze die jas heeft aangeraakt beginnen er mysterieuze dingen te gebeuren, te beginnen met de RAF-piloot die ineens voor het raam verschijnt en haar wanhopig lijkt te roepen. Ze gaat erop in, ze worden minnaars, ze gaat met hem mee naar de nabijgelegen vliegbasis... Of de dingen die ze met hem beleeft echt zijn of aan haar fantasie ontspruiten wordt nergens in het boek duidelijk, maar op een zeker moment wordt wel duidelijk wat de rol van de huisbazin is in het verhaal en waarom die vrouw door de rest van het dorp met de nek wordt aangekeken, en wat de rol van de piloot hierin is. Een verhaal dat op het randje een spookverhaal is, balancerend op de grens tussen realiteit en fantasie.

5. Het Monster van Essex - Sarah Perry
Dit boek zou je alleen al voor de prachtige omslag kiezen. Ik wist meteen: dit boek komt in mijn lijst, zelfs toen ik nog niet eens wist waar het over ging. De kaft geeft namelijk veel weg, al besefte ik dat nog niet. We zien iets dat qua stijl naar het begin van de 19e eeuw verwijst, we zien een serpent, we zien bloemen, natuur - dit alles komt in het boek terug. 
Het gaat over Cora Seaborne die zojuist weduwe is geworden en dat vindt ze stiekem helemaal niet erg want haar man was aardiger voor de hond dan voor haar. Ze heeft een autistische zoon van een jaar of elf en een vriendin/nanny, Martha, en dan is er nog een bevriende arts, Luke Garett en zijn compaan Spencer, die steenrijk is, verliefd op Martha en min of meer uit verveling ook maar geneeskunde is gaan doen. 
Ja, dat zijn de eerste kleurrijke personages en er komen er nog veel meer.
Want Cora verlaat Londen en gaat een tijdje naar Colchester, waar ze ten eerste lekker door de natuur kan struinen - ze laat haar zoontje Francis graag onder de hoede van Martha achter - zonder dat ze hoeft te letten op dingen als decorum (ze vindt het vreselijk om de treurende weduwe te spelen, en draagt ook geen corsetten meer, en makkelijke schoenen), terwijl ze ondertussen haar liefste hobby, zoeken naar fossielen, kan uitoefenen. Via een gezamenlijke vriend komt ze in contact met dominee William Ransome en zijn fantastische gezin, en na een tijdje besluit ze helemaal niet meer terug te gaan naar Londen maar een huis te huren in de buurt van het domineesgezin. 
Ondertussen golven in de moerassen van Essex, die het dorp omringen tot aan de zee, de geruchten over een monster dat mensen het water in sleurt - elk verdrinkingsgeval, elk nachtelijk geluid, elke verdwijning wordt op het conto van het serpent geschreven.
De mensen in het dorpje lijken langzamerhand hun verstand te verliezen, terwijl Cora en dominee William steeds meer naar elkaar toe trekken, zonder dat ze dit willen. 
Op de achtergrond spelen andere zaken uit de Victoriaanse tijd; vrouwenrechten, huisvesting van de onderste laag van de samenleving, de opkomst van de chirurgie.
Overigens heb ik dit boek in het Engels gelezen, omdat de Nederlandse vertaling me nogal tegenstond. De pogingen de originele stijl in het Nederlands om te zetten verzandden geregeld in nogal omslachtig taalgebruik.  
 Op het moment dat ik dit schrijf heb ik het boek nog niet helemaal uit, maar ik kan nu al zeggen dat dit boek absoluut een plek in mijn top vijf verdient, en ik raad het dan ook iedereen aan. Het is grappig, vrolijk, intens, lief en interessant, en het tijdsgewricht waarin het zich afspeelt geeft het verhaal de sjeu die je al bij het zien van de kaft verwachtte. 

4. Pogingen iets van het leven te maken - Hendrik Groen

Ik denk dat inmiddels bijna iedereen de fictieve bejaarde Hendrik Groen wel kent. Een sympathieke, wat ondeugende en best nog wel aardig ter been zijnde oude man die het wel en wee in zijn bejaardentehuis beschrijft; de andere bewoners en bewoonsters met hun grillen, degenen met wie hij bevriend is, het personeel dat ofwel zijn stinkende best doet ofwel betuttelt alsof hij een kleuter is, de grapjes die hij uithaalt, de directrice die aarzelt hem serieus te nemen en uiteindelijk de uitjes die Hendrik en zijn vrienden organiseren met de (nu al legendarische) "Omanido"-club, wat een afkorting is van "oud maar niet dood". Hoewel beslist de schrijnende zaken in de bejaardenzorg aan bod komen, is de toon van het boek opgewekt. Er is inmiddels een vervolg: Zolang er leven is, en dat is vrijwel net zo prettig om te lezen.

3. De Tolk van Java - Alfred Birney

Dit boek heeft de Libris Literatuurprijs én de Henriette Roland Holstprijs gewonnen en nadat ik het gelezen had vond ik dat meer dan terecht. Wat een indrukwekkend boek. Het is een rauw en heftig verslag van wat er nou eigenlijk gebeurd is in Nederlands-Indië gedurende de Tweede Wereldoorlog. Eigenlijk zijn het twee verhalen in één; delen van de zoon worden afgewisseld met delen door de vader. Het was op sommige momenten bijna niet te bevatten dat ik non-fictie zat te lezen. De vader was een zeer gewelddadig persoon, in Indonesië tijdens de politionele acties (hij vocht aan de kant van Nederland) en later als door die oorlog getraumatiseerde man in het tegenvallende Nederland, met een gezin dat sidderde onder zijn woede.
Een monument van een boek.

2.  Trigger Warning (Short Fictions and Disturbances)  - Neil Gaiman

Van mijn favoriete schrijver Neil Gaiman verscheen een jaar of anderhalf geleden een nieuwe verhalenbundel en begin 2017 heb ik deze gelezen. In het Engels, want hij was op dat moment nog niet vertaald (weet niet of dat inmiddels wel zo is). Het is, zoals we van Neil gewend zijn, weer een fantastisch boek (in de breedste zin van het woord "fantastisch"). Bij Gaiman zijn er bijna geen grenzen tussen de echte, zichtbare wereld en wat zich daarachter bevindt, feit en fictie lopen door elkaar heen. Een combinatie van fantasy, horror en sprookjes, verhalen die zich soms afspelen in het universum van door hem bewonderde auteurs, en die je altijd een beetje ademloos en geschrokken achterlaten. Geen boek om 's avonds alleen in het donker te lezen, of misschien juist wel, want dan komen de verhalen het best tot hun recht.

1. Duitse les - Siegfried Lenz

Het boek Duitse Les begint met een ik-persoon die in de klas een verhaal moet schrijven over het onderwerp "De vreugde van de plicht" - en vervolgens krijgt hij geen letter op papier, niet omdat hij geen inspiratie heeft, integendeel, hij heeft juist te véél te vertellen over dit onderwerp en wanneer hij straf krijgt omdat hij niets heeft ingeleverd moet hij het opstel in afzondering alsnog schrijven, een karwei waaraan hij zich zonder tegenzin zet en waarmee hij zich wekenlang opsluit in een klein kamertje, potlood na potlood verslijtend.
Al lezende besef je dat de jongen om de een of andere reden in dat heropvoedingsgesticht zit, en langzamerhand begint je te dagen dat het onderwerp van zijn opstel daar waarschijnlijk mee te maken heeft.
Wat ben ik blij dat ik dit boek gelezen heb. Zowel qua vorm als qua inhoud meesterlijk geschreven. Het lijkt aanvankelijk een verhaal in een verhaal, een raamvertelling, tot je je realiseert waar de hoofdpersoon mee bezig is, wat hij ons, de lezer, probeert uit te leggen.
Ik heb genoten van het zorgvuldige taalgebruik. De omschrijvingen van het landschap en meedogenloze wijze waarop hij de hoekige, bonkige bewoners van de streek (Noord-Duitsland) beschrijft zijn bijna schilderijen op zich.
Bijzonder interessant vond ik het een indruk te krijgen van hoe de oorlog in Duitsland zelf beleefd werd door gewone mensen in een streek waar qua oorlogshandelingen nauwelijks iets gebeurde.
De onderliggende boodschap echter kwam luid en duidelijk binnen.



~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~


Eervolle vermeldingen ten slotte voor:
Moeder van Ikabod van Maarten 't Hart, een serie korte verhalen over redelijk bizarre situaties waarin alleen iemand als Maarten 't Hart terecht kan komen.

Mannen zonder vrouw van Haruki Murakami, eveneens een serie korte verhalen, de titel geeft de inhoud feilloos weer want het zijn stuk voor stuk wat treurige, melancholieke verhalen, met hier en daar een kwinkslag of een aardigheidje waar je als lezer een blij gevoel van krijgt.

De Kanarie in de Kolenmijn van Ewald Engelen en Marianne Thieme. In dit boek wordt haarfijn uitgelegd dat alle problemen in onze wereld betreffende klimaat, economie, landbouw, armoede en voedselschaarste gevolg zijn van beleid en niet van een tekortschietende planeet.

De Saksen-serie van Bernard Cornwell. Ik heb de eerste twee (Het Laatste Koninkrijk en De Witte Ruiter) al eerder in mijn lijst gezet (in 2015 geloof ik) maar omdat alleen die twee in het Nederlands zijn vertaald, had ik de rest niet gelezen. Dit jaar wel, want vakantie in Engeland en aldaar deel 3 tot en met 5 aangeschaft (er zijn er nog meer maar dat komt nog wel) en weer met veel plezier verder gelezen over de avonturen van Uthred van Bebbanburg en zijn koning Alfred de Grote.

Wie geen zin heeft om de boeken te lezen maar wél van deze serie wil genieten kan terecht op Netflix, de serie heet "The Last Kingdom" en is inmiddels twee seizoenen onderweg, wat neerkomt op grofweg de eerste vier boeken, en de makers zijn er uitstekend in geslaagd de komische, ondeugende sfeer uit de boeken neer te zetten. 

zondag 24 december 2017

Terugblik 2017 deel 8 (slot)

Het jaar is nu bijna ten einde. En daarom sluit ik de serie terugblikken af met wat sneeuwfoto's. Want mensenlief wat een sneeuw viel er afgelopen week ineens.

Mooi hè, zo'n laagje poedersuiker. Dit was 's morgens, toen lag er nog niet zo heel veel.

Malus Red Sentinel met een laagje sneeuw. Lijkt wel een kerstkaart!

New Dawn blijft gewoon bloeien, al sneeuwt het

Agastache met een hoedje van sneeuw
Dat levert nog eens sfeervolle plaatjes op!