donderdag 24 maart 2011

De baas - een monoloog in het theehuis

Het lenteweer duurt maar voort en nodigt uit tot buiten zijn. Vanmiddag ging ik daarom met mijn dochter naar onze favoriete theeschenkerij, verscholen tussen de beboste heuvels van Twente. Helaas werd het goede humeur enigszins getemperd door een veld wolken dat tussen ons en de zon schoof. De temperatuur bleef echter aangenaam en zo nu en dan piepte de zon er even tussendoor, dus kozen we een plek op het terras. Als enigen. Alle andere gasten zaten binnen. In de loop van de middag arriveerden er meer gasten, voornamelijk vrouwen, groepjes vrouwen of vrouwenduo’s, en ten slotte een zeer grote groep vrouwen, maar onze pioniersaanwezigheid op het terras leidde niet tot navolging. 

Met veel genoegen genoten mijn dochter en ik van onze Engels getinte lunch en de grote pot thee voor drie (wij zijn zulke theeleuten dat we dat wel aandurfden, en inderdaad, lang voor we van plan waren weer huiswaarts te gaan, was de pot leeg), het zonnetje en de hofmakerijen van de vele vogeltjes. 

We zaten al ruim anderhalf uur op het terras, toen we eindelijk gezelschap kregen. Een drietal vrouwen streek neer aan het tafeltje naast ons. Twee aan de ene zijde, een aan de andere zijde, tegenover hen. De vrouw die alleen zat, was de baas. Dat zag je meteen. Ik kan beter zeggen: dat hoorde je meteen. Zij sprak als enige. Met grote gebaren en theatrale stemverheffingen. De andere dames knikten en humden zo nu en dan, zonder enig animo, zo leek het, om er ook maar een speld tussen te krijgen. De baas weidde omstandig uit over het feit dat ze hier al eens eerder was geweest. Dit gaf haar extra aanzien, en de andere twee knikten en humden braaf. 

Een serveerster bracht hen de menukaarten. Drie in totaal, maar dat was een geste die volkomen nodeloos werd gemaakt door de baas. Geheel volgens de lijn der verwachting bepaalde zij wat er besteld moest worden. Elk voorstel van de twee aan de andere kant werd achteloos de grond in geboord en door een alternatief van de baas vervangen. Immers, zij was hier eerder geweest en wist precies wat smaakte en wat niet. 

Nu kom ikzelf al meer dan tien jaar met zekere regelmaat in het betreffende theehuis en ik kan u verzekeren: niets wat er geserveerd wordt smaakt niet. Volgens de baas lag dit anders. Alleen dingen die zij bij haar vorige bezoek had geproefd (en goedgekeurd), mochten bij deze gelegenheid besteld worden. De manier waarop ze uitweidde over de notencake deed vermoeden dat ze nauw betrokken was geweest bij het samenstellen van het recept. 

Uiteindelijk gingen de twee, weinig keus hebbend, knikkend en hummend akkoord met de voorstellen van de baas en werd de bestelling opgenomen. De serveerster stelde voor de lekkernijen op een etagère te serveren. Deze onverwachte geste zorgde voor enige consternatie. De baas benadrukte, wellicht met het oog op de financiën, dat ze géén high tea bestelde. De serveerster, immer glimlachend, legde uit dat het feit dat hun lekkers op een etagère kwam te staan, het nog niet automatisch tot high tea verhief. Dit werd nog enkele malen over en weer bevestigd en pas toen de baas overtuigd was, werd de bestelling definitief.

Korte tijd later, de bediening is er vlot, werden er drie theepotten neergezet en een etagère met lekkers. U moet overigens niet denken dat ik al die tijd naar dit trio zat te staren. Welnee, ik had mijn zonnebril op en veinsde een boek te lezen. Voor de aardigheid sloeg ik zelfs zo nu en dan een bladzijde om. Ondertussen was ik in gedachten al een eind met dit verhaal onderweg, zodat ik het thuis – nu dus – alleen nog maar uit hoefde te tikken.

Vlug stond de baas op. Die serveerster deed natuurlijk maar wat en zij zorgde er wel voor dat de juiste pot thee bij de juiste persoon terecht kwam. De etagère zette ze naast haar eigen pot thee neer, ver buiten het bereik van haar tafelgenoten (waarvan ik me al die tijd afvroeg wat ze van haar waren, aangezien de baas zeker vijftien jaar jonger leek dan de andere twee), waarna ze hen bediende, in een door haar bepaalde frequentie en hoeveelheid. 

De thee maakte geen eind aan haar monoloog. Integendeel, hij voorzag haar van nieuwe gespreksstof. Uitvoerig vertelde ze over haar kinderen, die absoluut geen thee dronken. De andere twee humden en knikten, misschien hadden ze ook kinderen, die juist wel thee lustten, of eveneens niet, maar de baas was niet geïnteresseerd in andermans verhalen of misschien durfden de twee geen poging te wagen ertussen te komen. De kinderen van de baas dronken alleen latte macchiato, zo ving ik op. De andere twee humden en knikten. Latte macchiato, waagde de rechter vrouw te herhalen, zonder animo, zonder interesse, zonder misschien wel te weten wat het was. 

Ik kreeg medelijden met hen. Het waren net vleugellamme vogeltjes, die twee. Of misschien werden ze zo, door het strikte regime van de baas. Ze distribueerde nog een paar plakken van iets donkerbruins dat, vanwaar ik zat, erg op teabread leek, en keek streng toe of ze het wel met gepaste smaak opaten. Zonder natuurlijk haar monoloog te onderbreken.

Het begon eentonig te worden en het boekje dat ik veinsde te lezen trok mijn aandacht, en even later was ik verzonken in het verhaal. U moet overigens niet denken dat ik mijn dochter verwaarloosde. Zij is nog op een leeftijd waarop een (grotendeels) omheinde plek op het platteland één groot avonturenpark is en was geregeld de hort op om “een rondje te lopen” wat inhield dat ze tussen twee happen scone door over het terrein dwaalde en mij bij elke terugkomst te vergastte op ongelooflijke verslagen van blauwe vogels en tussen het struikgewas ontdekte elfen. 

Een ongebruikelijke stilte links van mij maakte dat ik opkeek uit mijn boek. De baas hield haar mond! Een van haar disgenoten had, zonder dat ik er iets van had gemerkt, de conversatie naar zich toe getrokken en sprak. De vrouw naast haar gaf opgewekt antwoord en nam vervolgens het woord. Het leek zowaar een normaal, levendig gesprek tussen twee vriendinnen. De baas zat er stilletjes bij en keek van de een naar de ander. Wat er precies gebeurd is waardoor de rollen omgedraaid waren, is me ontgaan, en dat vind ik jammer, want stiekem had ik er best getuige van willen zijn. 

Op het allerlaatst probeerde ze haar eer nog enigszins te redden door de serveerster te wenken en te bepalen dat het middagje uit voorbij was. Zo had ze uiteindelijk toch weer de touwtjes in handen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen