maandag 8 april 2013

De lente is begonnen

Afgelopen weekend was het eindelijk eens weer om echt lekker langdurig in de tuin aan de slag te gaan. Zonnetje, weinig wind, aangename temperaturen (kun je nagaan hoe we aan de kou gewend zijn na die eindeloze winter; 9 graden noemen we "aangenaam").

Om te beginnen heb ik korte metten gemaakt met een taxus die zich al een hele tijd weigerde gewonnen te geven. Het was dan ook een beetje een oplichter: door z'n betrekkelijk kleine formaat liet hij ons in de waan jong en derhalve gemakkelijk te verwijderen te zijn, maar bij nader inzien bleek het een restant van een ooit veel grotere struik: ergens midden tussen zijn takken ontdekten wij een afgezaagde hoofdstam zo dik als mijn kuit.



Geen wonder dat hij er niet uit wilde, het was helemaal geen jong struikje maar een exemplaar met een uitgebreid wortelstelsel. Met een bijl, een takkenschaar, een spade en vooral veel geduld en volharding lukte het me uiteindelijk de allerlaatste wortel waarmee hij zich aan de aarde vastklampte, door te krijgen en toen was het alleen nog maar een kwestie van het boompje uit de aarde tillen.


Hierna ben ik op mijn eigen typerende manier aan de slag gegaan met wat er in de tuin gedaan moet worden. Mijn eigen typerende manier is: van het één naar het ander springen zonder ook maar iets af te krijgen, om op een zeker moment, na enkele weken inspanning, ineens alles tegelijk af te hebben. Holografisch werken heet dat, vanwege de gelijkenis met de opbouw van een hologram.

Op mijn werk was dit ook mijn manier van doen, tot grote wanhoop van mijn chef, die op zijn terugkerende vraag "is dit al af" of "is dat al af" steevast "nee" te horen kreeg, om op vrijdagmiddag, zo'n beetje net wanneer hij voornemens was mij de les te lezen over mijn  trage werktempo, met een onverwachte berg gereed werk (en gewoonlijk veel meer dan hij verwachtte) geconfronteerd te worden.
Omdat hij een snel gekrenkt ego had kreeg hij het niet voor elkaar mij te waarderen om het vele werk dat ik verzette en werd zijn hekel aan mij gestaag groter, tot hij aan de vooravond van een op handen zijnde reorganisatie enthousiast mijn naam liet vallen bij de directie.

Enfin, dat is allemaal verleden tijd, maar mijn manier van werken heb ik nooit veranderd; het past bij me en het werkt goed voor mij. Ik zal omwille van de leesbaarheid proberen enigszins een volgorde aan te houden van de werkzaamheden - in werkelijkheid deed ik dus dan weer een half uurtje dit, dan weer een half uurtje dat. Met micropauzes ertussen, want dat schijnt goed te zijn voor de productiviteit, las ik onlangs. Even na het graven overeind komen en een minuutje op adem komen voor ik verder ging.


Op die manier kreeg ik het voor elkaar om op beide dagen maar liefst vijf, zes uur achter elkaar zware arbeid te verrichten zonder werkelijke sporen van moeheid. Goed, de blaren stonden op mijn handen, mijn shirt was doorweekt en 's avonds ben ik praktisch op de bank in slaap gevallen, maar toch, het deed me goed om te ontdekken dat ik weliswaar fragiel ben, maar toch - mits op mijn eigen manier werkend - in staat fors wat werk te verzetten.

Wat heb ik zoal aangepakt?

Eerst heb ik de plantjes die in mijn schuur stonden te verkommeren maar eens in de zon gezet. Ze stonden al zo lang in het halfduister dat ik het ergste vreesde. Het zijn voornamelijk dierbare lievelingen uit mijn oude tuin dus ik hoop met heel mijn hart dat de doodsheid in de potten enkel winterslaap is, en geen eeuwige.



Ook heb ik de contouren van een pad uitgezet door het midden van het perk. Daar liep eerst een doolhof van zeer praktische (maar oersaaie) rechte paadjes die de border in even zo saaie rechthoeken verdeelde en behalve bereikbaarheid niet veel toevoegden. Een pad door het midden dus moet er komen, met een bocht erin omdat ik net als in mijn oude tuin niet in één keer wil kunnen zien wat erachter ligt. En een paar stenen treden halverwege, omdat we een klein beetje hoogteverschil hebben in de tuin (2 meter in totaal) en ik van kleine verrassinkjes in de tuin houd.

De restanten van de oude paadjes

Mensenlief wat zitten er een hoop klinkers in zo'n smal paadje. En wat zijn die stoepbanden ontiegelijk zwaar. Als ik ze er al uit kreeg. Vooral op het moment dat ik er eentje per abuis op twee van mijn mijn vingers liet landen, werd het gewicht ervan me pijnlijk duidelijk. En wat zaten er een hoop stoepranden langs al die paadjes. Ik wist op een gegeven moment van ellende niet meer waar ik ze moest laten.
Van de hoeveelheid stenen die de paden opleverden, kan ik waarschijnlijk een deel van het terras opnieuw bestraten. Hergebruik!

Dit is nog niet de helft

Nu staat er, zoals op onderstaande foto duidelijk zichtbaar, een vierkant van buxus precies op de plek waar het pad moet komen. Er staat ook een roos, maar aangezien het pad toch een bocht krijgt kan die wel blijven staan, het pad komt er precies omheen.

Touwtjes markeren waar het nieuwe pad zo ongeveer moet komen
 Echter de buxhaag moet noodgedwongen wijken, maar in tegenstelling tot mijn aversie tegen coniferen en taxussen heb ik voor buxus wel een zwak, en deze gaan dus niet richting groenhoop, maar worden hergebruikt. Achter de border, waar het gazon begint, krijgen ze een tweede kans en ik heb dan meteen een nette afscheiding tussen gras en perk.

Ik wist, op dat punt aanbeland, even niet goed meer wat ik nou eerst moest doen. Op de plek waar de buxhaag komt, ligt nu een pad van stoeptegels. Die moesten eruit om plaats te maken voor de buxussen, maar tegelijk zat ik dan weer met een lading zand waarvan ik niet wist waar ik mee heen moest.

Een lading zand

Toen besloot ik dat ik het paadje onder de klimopboog (zie mijn vorige verhaal) maar wat voorrang moest krijgen. Als ik dat pad alvast aanlegde - of althans de voorbereidselen trof, kon ik daar het zand kwijt.
Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zoals jullie je wellicht herinneren stond er een grote hibiscus danig in de weg.
Het droeve lot van de oude hibiscus
We hebben echt een poging gedaan hem eruit te graven. Maar net als bij de oude taxus was zijn wortelgestel zo stevig aan de aarde verknocht, dat er geen beweging in te krijgen was. Nu staat mijn hele tuin vol zaailingen van deze oude baas, dus echt heel veel verlies ik er niet mee en daarom ging de grote schaar erin, waarna ik mankracht heb ingeschakeld om de stronk te verwijderen.

Sorry, ouwe jongen

Wederom kwamen er takken en de touwtjes aan te pas om het verloop van het toekomstige pad uit te zetten.

Het toekomstige pad
En toen bleken er eigenlijk alleen nog maar een paar bollen in de weg te staan, die ik voorzichtig uitgroef en in het perk ernaast weer net zo behoedzaam ingroef. Daarna kon het graven beginnen. Het paadje komt uit op een bestaand pad dat achterlangs het perk loopt en daar eigenlijk prima ligt, dus het was een kwestie van daar naartoe werken.
 
Het uitgraven is begonnen
Eenmaal op de juiste diepte uitgegraven kwam ik bij het punt waar de kanten aangebracht moesten worden om te voorkomen dat de boel verzakt. Ik haalde een paar van die loodzware stoepbanden naar achteren en kwam vervolgens tot de conclusie dat het pad te veel in een bocht liep om die te kunnen gebruiken. Nu had ik wel een lading klinkers dus besloot ik tot een elegantere oplossing:

Een elegante oplossing
Dat randje afmaken, nam ik me voor, en dan het zand erin storten en aanstampen. Dan kan ik morgen grind kopen en dat erin storten en dan is het klaar. Halverwege was ik met afkanten, toen plotseling in mijn lijf de knop omging: Ho.
Tot hier en niet verder. 
Vijf en een half uur aan één stuk graven, sjouwen, bukken en knielen was het maximale wat mijn lijf aan wenste te gaan. Ik heb zonder aarzelen mijn handschoenen uitgetrokken, mijn kniebeschermers afgedaan, mijn werkschoenen uit en ben naar binnen gegaan, en heb de rest van de avond geen boe of ba meer gezegd.
Moe maar voldaan. Een leeg hoofd en een moe lijf. Wat heb ik die nacht geslapen.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen