vrijdag 27 december 2013

Tegen ruggen aan kijken, of: wie het eerst komt, maalt niet vanzelfsprekend het eerst.


Vorige week gingen we naar een kerstconcert, in het centrum van een grote stad. Dat was georganiseerd door de harplerares van mijn dochter, en werd uitgevoerd door al haar leerlingen. De locatie was zo gekozen dat er zit- en staanplaatsen waren. Wie wilde zitten, werd te verstaan gegeven dat het wel zo netjes was om dan even een drankje te bestellen, om de uitbater van het terras te compenseren.
Omdat we vrij vroeg waren, konden we aan een tafeltje zitten dat mooi zicht bood op het podium waar de kinderen zouden spelen.

Echter van het hele harpconcert hebben we niets gezien.

Want - net als voorgaande jaren overigens - was een groot deel van de andere ouders helemaal niet genegen rekening te houden met het feit dat zij niet de enigen waren die hun kind wilden zien spelen.
Op een zeker moment ging een groepje ouders VLAK VOOR ons tafeltje staan, zodat wij tegen een stel konten aankeken. Toen mijn man er wat van ging zeggen, reageerden ze nogal geërgerd, om niet te zeggen ronduit onbeschoft. Hun mening kwam er in het kort op neer dat het niet hun probleem was dat wij er wel op tijd waren en een zitplaats hadden weten te bemachtigen. Zij wilden het gewoon kunnen zien, en waar het voor mij persoonlijk volkomen vanzelfsprekend is dat staande toeschouwers zich áchter de zittende mensen positioneren, was het voor hen vooral een kwestie van "hier kunnen we het goed zien dus hier gaan we staan".
Ze waren overigens wel zo vriendelijk ons het advies te geven gewoon óók te gaan staan, dan was alles toch opgelost?

Uiteindelijk heeft mijn man stevige taal moeten gebruiken om hen ervan te doordringen dat je niet vóór zittende mensen kunt gaan staan, en eindelijk gingen ze naar elders.

Niet dat dat hielp. Vlak voor het podium verdrongen zich vanaf het begin van het concert zo veel ouders die niets van het optreden van hun kind wilden missen, dat we alsnog een uur lang tegen een stel ruggen aangekeken hebben.
Mijn man deed het enige dat je in zo'n geval kunt doen: er ook maar tussen gaan staan, zodat hij in elk geval het optreden van mijn dochter nog kon filmen.
Ik kan helemaal niet zo lang staan en heb vooral mijn oren gebruikt om van het concert te genieten.

Hoewel er van genieten nauwelijks sprake was. Want zulke onbeschoftheid raakt mij enorm. Mensen die zich niets van anderen aantrekken en moedwillig hinderlijk zijn om er zelf beter van te worden, daar kan ik echt niet tegen. Ik zal misschien een overgevoelige dwaas zijn, maar tegen zoveel lompe grofheid ben ik eenvoudigweg niet opgewassen. Het vreet aan me, ik voel me machteloos, diepbedroefd, en krijg steeds meer de neiging me terug te trekken, omdat als dit exemplarisch is voor hoe onze maatschappij in elkaar steekt, ik daar helemaal geen deel van wil uitmaken.

Waarom zou ik omgang willen met mensen die op zo iets cruciaals lijnrecht tegenover mij staan? En bij wie elke discussie in termen van "winnen" en "verliezen" gaat, waarbij alle middelen kennelijk geoorloofd zijn, terwijl ik juist in elk contact met een ander mens streef naar harmonie en win-win situaties?
(Ik was bijv. heus bereid geweest ons tafeltje te delen, indien iemand iets in die geest aan me gevraagd had - door echter al bij voorbaat te ontkennen dat ik besta, verviel die optie.)
Ik vind het vaak enorm moeilijk om me staande te houden, gehoord te worden, mijn behoeften vervuld te krijgen - vooral wanneer dat betekent dat ik me eigenlijk op een bijna agressieve manier moet opstellen. Ik ben iemand van zachte, horizontale communicatie, maar voel me vaak gedwongen mezelf te "verlagen" (ja, zo voelt het echt) tot een grovere, kwetsender manier van communicatie, om überhaupt tot iemand door te dringen. Waarbij het dan nog maar de vraag is of die persoon zich iets wil aantrekken van mijn verzoek.

Ik geloof echt dat er mensen zijn die wel weten hoe je respectvol met andere mensen omgaat, en die weten dat het niet gepast is om je hinderlijk te gedragen naar anderen toe. Maar ze lijken zo dun gezaaid. Ik ontmoet ze zelden. En ja, ik heb een zwak voor mensen die weten hoe het hoort - die zich niet alleen beschaafd gedragen, maar zelfs etiquetteregels kennen. Een tijdje terug ontmoette ik een (oudere) man die bij het afscheid, nogal onverwacht, achter me ging staan en mijn jas voor me ophield. Voor zulke mensen smelt ik. Die hebben meteen een streepje voor bij mij.

Heel erg vind ik wanneer mensen mij vanwege deze instelling als hautain aanmerken. Omdat ik onderscheid zou maken. Tja, zo kort door de bocht kan iedereen wel redeneren om het gelijk aan zijn kant te krijgen. Maar is het niet gewoon heel menselijk dat ik met bepaalde soorten gedrag moeite heb? Gedrag dat lijnrecht ingaat tegen wat voor mij waarde heeft? Maakt mij dat dan meteen hooghartig? Ik beschouw mezelf eerder als bescheiden - misschien wel te bescheiden. Want ik voel me te vaak ondergesneeuwd in een wereld waarin de grootste schreeuwers het voor het zeggen lijken te hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen